Wit wijntje

We zijn even oud, gingen naar dezelfde school, zaten in de dezelfde volleybalclub. Daarna, vanaf ons 18de ongeveer, liepen onze wegen uit elkaar. We zagen elkaar nooit meer terug. Tot vandaag. Na meer dan dertig jaar heb ik afgesproken met een jeugdvriendin.

Ik rij naar de plaats van afspraak en parkeer me voor een oude pastoriewoning die nu een hippe wijnbar schijnt te zijn. Ik had er nog nooit over gehoord. Voor ik naar hier vertrok, bekeek ik op hun website de kaart waarop wel honderd soorten wijn stonden, van alle streken en landen die je maar kan bedenken. Zou ze een wijnkenner zijn? Kan ik in zo’n fancy wijnbar gewoon een witte wijn bestellen, zo zonder meer, zonder de streek, de smaak of de druif te specificeren? Ik voel me wat nerveus. Niet alleen voor de wijnkeuze, maar ook voor de ontmoeting. Waarover gaan we babbelen? Zullen we nog met elkaar kunnen opschieten zoals toen? Zal ik haar nog herkennen? Vanuit de auto speur ik de omgeving af in de hoop haar te zien aankomen, zodat we samen naar binnen kunnen. Ik heb geen idee met welke auto ze rijdt, misschien komt ze wel met de fiets? Terwijl ik daar zit rond te kijken en me afvraag of ik haar een berichtje zou sturen ‘Ik ben er’, hoor ik ineens getik op het passagiersraam. Ik schrik op en kijk in een lachend gezicht. En ja, natuurlijk herken ik haar meteen, mijn vriendin, haar ogen, haar lach!

Ik stap uit en geef haar een kus. Als kind gaven we elkaar nooit kussen, we zeiden gewoon ‘hei’ elke morgen om tien na acht op het kruispunt tussen onze huizen in. Dan fietsten we samen naar school, naast elkaar zodat we gemakkelijk konden babbelen. Op een dag reden we tijdens een geanimeerd gesprek iets te dicht bijeen, waardoor onze sturen ineens in elkaar haakten. Ik zie nog altijd voor me hoe de grond op mij afkwam, hoewel ik al snel ontdekte dat het ikzelf was die richting grond bewoog en niet omgekeerd. Met veel gekletter vielen we op de grond als een hoopje vernestelde spaghetti’s. Als bij wonder waren we op het trottoir terechtgekomen, netjes naast de rijweg, waar de auto’s ongestoord bleven voorbij zoeven. Afgezien van een stuur dat uit de haak stond, onze boekentassen die halfstok hingen van de bagagedrager en onze bibberende knieën waarmee we met wat moeite terug recht klauterden, was er geen schade. We besloten wijselijk dat dit geen noemenswaardige incident was om aan het thuisfront te melden. De dagen erna hielden we iets meer afstand. Zo ook die dag dat we in de verte een agente zagen staan. Ze zwaaide naar ons. Wij zeiden nog tegen elkaar dat we dat wel sympathiek vonden, zo’n vrouwelijke agente. -Het was midden de jaren 80, veel vrouwelijke politiemannen hadden wij nog niet gezien in ons leven.- Met een nieuwsgierige blik reden we verder in haar richting en vergaapten ons aan dat vrouwelijke agentenuniform met plooirok tot op de knieën en daaronder een stel agentenbenen, in bruine nylonkousen. Zo geboeid waren we door dat tafereel, dat we niet in de gaten hadden dat haar opgestoken hand betekende dat we moesten stoppen. Dat hadden we nog niet geleerd in de verkeersles. En dus kregen we vervolgens immens op onze donder van die sympathieke madammeflik. Opnieuw geen incident om thuis te melden, besloten we. En zo leerden we samen de wereld en zijn betrekkelijke gevaren kennen. We fietsten elke dag van en naar school, taterend over wat er in de klas was voorgevallen en daarna bij thuiskomst belden we elkaar op, omdat een van beide een boek was vergeten voor het huiswerk of gewoon om verder te babbelen. Ook naast school zagen we elkaar. Op verjaardagsfeestjes, we gingen bij elkaar spelen, soms bleven we zelfs logeren. Zo leerden we ook elkaars familieleden kennen, ontdekten hoe heel gewone dingen anders waren in een ander gezin. ‘s Nachts lagen we dan uren te babbelen, over onze toekomst, hoe we later ons leven wilden leiden, welk huis we wilden, of we kinderen wilden, met wie we wilden trouwen…

Na onze begroeting wandelen we de wijnbar binnen en -gezien het mooie weer- lopen we meteen door richting de tuin. We kiezen er een plekje uit aan een hoge tafel in de schaduw van een boom. ‘Wat willen jullie drinken?’ vraagt de sommelier. Daar heb je het, de wijnkeuze… Ik kijk wat afwachtend naar mijn vriendin. ‘Doe mij maar een roseetje,’ zegt ze, waarna de man wat voorstellen opsomt en zij enkel moet antwoorden met ‘de eerste,’ ‘de tweede’ of ‘de derde’. ‘Voor mij een wit wijntje graag,’ zeg ik nu vol zelfvertrouwen, waarna ook ik een cijfer mag kiezen. Zo, dat was een makkie. Alle spanning glijdt van mijn af, over de wijnkeuze, over de onbekende wijnbar, en over deze ontmoeting. Ondanks de pauze van dertig jaar, voelt alles nog even relaxed en vertrouwd. We babbelen, net zoals vroeger. Alleen gaat het gesprek niet langer over wat nog moet komen, maar over wat er intussen allemaal gebeurd is. Want de tijd is ongemerkt van kant gewisseld. De toekomst waarover we als kind zo graag fantaseerden, is stilletjes ons verleden geworden.

Reacties

5 reacties op “Wit wijntje”

  1.  avatar
    Anoniem

    Een mooi verwoorde bedenking: de tijd is ongemerkt van kant gewisseld.
    de toekomst waarover we zo graag fantaseerden als kind, is ons verleden geworden.

  2.  avatar
    Anoniem

    altijd leuk om te lezen. Interessant met een eigen kijk die goed verwoord is.

  3. wzijlstra10 avatar


    Goed verhaal met veel waarheden.

  4. Maria Decancq avatar
    Maria Decancq

    Een wit wijntje lost alles op. Doet met denken aan het TV programma loslopend wild en gevogelte. Als je aan de helft zit inderdaad veel om terug te blikken. Maar droom maar verder over wat nog in het verschiet ligt.

  5. Stefaan avatar
    Stefaan

    Prachtig geschreven! Inderdaad, met de close vrienden van toen wordt de toekomst plots het verleden.

Altijd heel benieuwd naar jouw reactie!

Ontdek meer van Vleermuys

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder