Crisis

Dat er een onbewuste doodsangst aan de basis ligt van al het menselijke gedrag? Die psycho-analytische theorie moeten we toch eens herbekijken. Want in deze corona-tijden is mij iets raars opgevallen. Ik meen zelfs te kunnen besluiten dat niet ‘dood gaan’ de grootste angst is van mensen!

Er bestaat blijkbaar een andere diepmenselijke angst die nog groter is: De angst voor een vuile poep! Het doemscenario te moeten leven zonder WC-papier! Je zou denken dat mensen in tijden van virale dreiging massaal vitamine C inslaan om hun immuunsysteem op te krikken? Maar nee! Het is moeilijk te vatten, maar het is de rayon van kakpapier die eerst wordt geplunderd!

En ja, ik kan er ergens wel inkomen. Als het je overkomt is het pijnlijk gênant. Dat moment dat je blik pas te laat valt op dat naakte wc-rolletje… ! Eerst probeer je nog paniekerig alle hoeken en kanten van het toilet te onderzoeken, wat behoorlijk ongemakkelijk kan zijn vanuit een zittende positie. Maar je hebt er die rugtorsies voor over, je weet maar nooit dat er misschien een stukje rol achter de toiletpot is gerold? Pas als je een paar keer met eigen ogen hebt vastgesteld dat er werkelijk nergens nog een blaadje te plukken valt, dringt het tot je door… .

Weinig situaties waar je je zo hulpeloos en afhankelijk voelt van een welwillende medemens. In het beste geval heb je je GSM bij de hand en kan je een noodkreet WhatsAppen naar een huisgenoot. Of er please iemand een papiervoorraadje kan binnen rollen? Je kan alleen maar hopen dat er niemand met jou nog een eitje te pellen heeft en misbruik maakt van je penibele positie.

Maar wat zijn de opties als er niemand thuis is? Wat doe je dan? Met een vuil poepgat naar de kelder lopen? En doe je dat dan met je broek aan? Of best zonder ? Een dilemma waar je wel eventjes over kan doen, zo alleen gekluisterd aan de WC-pot. Om er zo snel mogelijk uit te geraken, denk je op dat moment best nog niet na over je lot als je straks zou vast stellen dat ook de voorraad is opgebruikt.

Ik begin te vermoeden dat dit het doemscenario is waarvoor de doorsnee-medeburger panisch is. De angst moet al enkele generaties diepgeworteld zitten in het DNA van onze moderne luxemens. De oermens kon zich tenminste nog bedienen van die onuitputtelijke voorraad boomblaadjes, waarmee hij door de natuur rijkelijk werd beloond in ruil voor het mesthoopje dat hij net had geschonken. Het was in feite een wisselwerking, een win-win, een pact. Maar dat pact is verbroken! De natuur kiest ervoor geen rolletje meer naar binnen te rollen om ons uit onze benarde situatie te redden.

Nee, het is duidelijk, zolang je WC-papier hebt, overleef je de dodelijkste crisis.

Veel sterkte iedereen. Ik wens iedereen een proper gat toe !

Bibliotheek

Ik begin stilaan te vermoeden dat er hierboven een kracht is die doelbewust blogmateriaal op mijn pad stuurt. Vandaag in de vorm van een man met een hondje.

Ik was snel even binnen gelopen in de bibliotheek om een boek te reserveren dat in het archief werd bewaard. De medewerker aan de onthaalbalie was zo vriendelijk dat voor mij te doen, hoewel ik het ook zelf online kon. Terwijl ik stond te wachten hoorde ik de vrouwelijke baliemedewerkster naast hem, op beleefde en verontschuldigende toon een man achter mij toespreken ‘dat er helaas geen honden binnen mochten in de bib’.

‘Ook niet gewoon om mijn boek hier af te geven?’ riep hij duidelijk verontwaardigd over al dat onrecht dat hem werd aangedaan.
Tja, niet binnen is niet binnen meneer….’ Veel ruimte voor interpretatie, zag ik eerlijk gezegd ook niet.
‘Oei dan hebben we toch een probleem!’ repliceerde hij in koninklijk meervoud.
‘Het spijt me, maar dat is het reglement meneer’
zei de dame zachtjes, die het nu duidelijk wat vervelend vond dat ze alleen maar deed waarvoor ze werd betaald. Ook mijn behulpzame medewerker, was even de kluts kwijt, waardoor ik voor de zekerheid nog even de titel herhaalde van het boek dat ik wou reserveren.  
‘Tja, dat reglement altijd hé! Dan zal ik toch eens met de manager moeten spreken hier. Ja dat moet ik dan toch eens dringend doen.’ sprak hij schijnbaar alleen zichzelf toe maar luid genoeg zodat iedereen het hoorde.

Ik begon stilaan nieuwsgierig te worden met welke gewichtige edelman we te maken hadden. Maar het hele tafereel speelde zich achter mijn rug af en ik durfde me niet om te draaien. Dus stuurde die hogere kracht de man nu wat dichter in mijn buurt, zodat ik de blog wat gedetailleerder zou kunnen uitwerken.

Ik kon zien dat hij ondertussen toch mooi zijn boek in de boekenschuif had ingediend. Om te tonen dat het hem menens was en dat hij het reglement vierkant aan zijn lederen schoenen lapte, kwam hij nu nog verder in de inkomhal tot vlak bij de dame die zo veel lef had gehad hem op het reglement te wijzen.  Zijn hond stond geduldig wat in de lucht te snuffelen en had duidelijk nog grootsere verwachtingen van deze wandeling dan deze geur van muffe boeken.

De onthaaldame schakelde een versnelling hoger en deed nu haar uiterste best de man wat te kalmeren. Ze paste de techniek toe die ook bij opstandige pubers wordt aangeraden : duidelijk kaderen ‘waarom het reglement er was’. Ik hoorde haar een voorval citeren uit het verleden waarbij een meisje uit panische schrik voor een hond, die haar wat te wild had benaderd, schreeuwend naar buiten was gelopen en zonder te kijken over de straat was gelopen…

De medewerkster hoopte, samen met mij en mijn ijverige medewerker die niet meer opkeek van zijn scherm, dat de man nu toch stilaan wel zou begrijpen dat niemand het persoonlijk op hem of zijn hond hadden gemunt.

Tevergeefs… Hij gaf niet op en begon nu zelfs een tirade over reglementen en waarvoor die dienden en over systemen van goed management… De dame zat wat ongemakkelijk op haar stoel te draaien, wist niet goed wat ze moest aanvangen met al die goede raad en keek me vluchtig en wat onzeker aan. Ik wou haar wat versterking geven, maar kon niets beters verzinnen dan een laffe maar toch zeer duidelijke draaiing met allebei mijn ogen. De man merkte dat ze naar iemand anders had durven kijken terwijl hij haar toesprak en keek me wat neerbuigend aan van opzij.

Ik had hier nu liever geschreven dat ik de man met het hondje op dat moment eens goed mijn gedacht had gezegd. ‘Dat hij evengoed zijn boek had kunnen indienen in de automatische boekenschuif buiten de inkom die het bibliotheekmanagement daar had voorzien en dat ik zeer dringend een gesprek zal aanvragen aan de managers om het reglement te laten aanpassen en voortaan geen mannen meer toe te laten met grootheidswaan en puberale gezagsproblemen, omdat ik daar zo misselijk van word en ik niet kon garanderen dat ik de volgende keer van pure walging niet zou overgeven op hun dure schoenen….’

Maar zo ‘ad rem’ ben ik niet en al die goedgemikte woorden bedacht ik natuurlijk pas op de terugweg naar huis. Het is geen toeval dat ik een voorkeur heb voor het geschreven woord.

PS voor de duidelijkheid…. ik heb niets tegen hondjes

Valentijn

Tijdens het typen van een verslag, vorige week vrijdag op het werk, begon er wat ongerustheid te groeien in mijn achterhoofd. Het was 14 februari, Filip zou die avond thuis komen van een weekje buitenland. Na een autorit van 900 km zou hij vast uitkijken naar iets lekkers. Dan bedoel ik niet alleen naar mijzelf, maar ook naar een stevige maaltijd. In gedachten overliep ik thuis alle lege voorraadkasten en diepvriesvakken. Ik was er niet toe gekomen boodschappen te doen, ook al omdat mijn auto mee was naar dat buitenland. Zou ik hem nu echt, na een week ontbering en uitgerekend op Valentijn moeten verwelkomen met een pak friet en een frikandel van de frituur?

Het leek me het ideale moment die bon voor een etentje te verzilveren die ik nog had liggen. Het verbaasde me dat het nog lukte een tafel te reserveren voor die avond. Maar soit, ook al was de kans groot op wat Valentijn-kitch, toch kon ik nu met een gerust hart mijn verslag afwerken.

Van op enige afstand kon ik al zien dat het restaurant te fel verlicht was voor het intiem onderonsje dat ik in gedachten had. Binnen zat er behoorlijk wat volk, iets te veel voor die ene dame die de hele zaak alleen moest runnen. Met haar ene hand tikte ze het bedrag in op het bancontact toestel, met haar andere nam ze aperitiefglazen van het schap, en met een opgetrokken schouder hield ze een GSM geklemd tegen haar oor, waardoor ze ondertussen nog een telefoon kon beantwoorden. Wij hadden ruim de tijd wat rond te kijken. Zo te zien, hadden ze hun best gedaan de tafelschikking aan te passen voor Valentijn. Alle tafels waren tot losse éénheden uit elkaar geschoven en stonden toch wel zo’n 10 cm uit elkaar, waardoor je tenminste niet het gevoel had bij onbekenden aan te schuiven. Eén tafel alleen bij het raam lonkte, maar bleek niet voor ons voorzien, volgens de dame die nu tijd had voor ons. Het zou toch nog een zeer intiem Valentijns onderonsje worden, samen met het koppel naast ons.

We kregen nu ongeveer een half uur, ruim voldoende om een weloverwogen keuze van aperitief te maken. Voor mij een Gin Tonic, een aperitief met het meeste volume aan drank, waarmee ik zeker was toch een tijdje verder te kunnen. Eindelijk konden we toasten op onze hereniging. Na een week hadden we héél wat bij te kletsen, dus vonden we het niet erg dat we opnieuw eventjes moesten wachten.

Alleen de schlager-muziek was een beetje storend. Niet zozeer omdat het mijn genre niet was, maar vooral omdat het geluid uit de boxen niet matchte met de schlagerzangers op het TV-scherm. In een poging de muziek te negeren, liet ik mijn blik zakken en focuste me daar op een hart van papier dat met twee witte punaises zeer tijdelijk zat vastgeprikt op de wand.

Omdat ik ook niet de ganse tijd in Filip zijn ogen kon kijken, keek ik afgewisseld eens links van zijn hoofd, dat was de voordeur en rechts van zijn hoofd, het luxe-tafeltje bij het venster. In die achtergrondscène zag ik een piepjong koppel, recht uit de schoolbanken, plaats nemen aan het luxe-tafeltje. Zij droeg een veel te nauw aansluitend kleedje dat door haar rondingen maar net lang genoeg was om je in het openbaar mee te vertonen. Door het tekort aan stof, onthulde het iets te veel haar blote benen die schreeuwden naar een beetje zomerzon of bij gebrek daaraan toch op zijn minst een panty. Helemaal onderaan de naakte benen, zwarte botjes met ritsjes als versiering om het geheel af te maken.

Nog maar eens een half uurtje verder waren we bijna helemaal bijgepraat, zo veel was er nu tenslotte ook weer niet gebeurd in die week. We waren dus in de wolken toen het lange wachten werd beloond met een voorgerechtje:  een soep….  Mijn wolkje besloeg al snel een beetje grijs, de soep had naar mijn smaak een verdacht hoog Knorr- gehalte.

Het jonge koppel daarentegen genoot zichtbaar van de grote-mensen-wereld. De jongen stond nu buiten voor het raam zijn sigaretje te roken en zij zat zelfvoldaan haar ronde buik te strelen…. Ik schaamde me nu dat ik haar rondingen daarnet nog had toegeschreven aan ongezonde eetgewoontes. Het kind was zwanger !

Het hoofdmenu was in aantocht. Een trio! Op Valentijn toch wel een gedurfde keuze van de chef, ook al sloeg dit nu alleen maar op de drie kroketten in mijn bord, symboliek is belangrijk op zo’n dagen.

Ik begon me wel af te vragen wat er op het menu stond van het koppel. Ik hoorde haar met veel sérieux haar complimenten aan de chef overmaken! Te veel naar Mijn Restaurant gekeken, dacht ik nog. Maar alle puzzelstukjes vielen samen toen de chef himself, de zaal in liep recht naar de luxe-tafel. Hij leek me ook van de generatie piep… het had er alle schijn van dat ze mekaar op de speelplaats al eens waren tegen gekomen. Daarmee dat zij dat VIP tafeltje hadden gekregen natuurlijk! En dan nog die extra saus die hij hen aanbood. Hij was zich duidelijk aan het uitsloven peter te worden van die foetus.  

Ondertussen waren Filip en ik helemaal bijgekletst, dat had ik al gezegd, ik val in herhaling… maar wij ook. Het restaurant begon meer en meer aan te voelen als een wachtzaal. Als ik rond mij keek, viel het me op dat iedereen zo’n beetje zat te blinken achter uitgedronken glazen en lege borden. Alleen het zwangere koppel niet, zij zaten nu vermoedelijk namen te verzinnen. Plots stond ze op, trok gelukkig eerst nog haar jurk wat naar beneden en passeerde ons dan richting toiletten. Hopelijk brak haar water niet na zo veel culinair genot, het zou ons alleen maar meer vertraging opleveren.

Toen mijn trio kroketten bijna helemaal verteerd was, mochten we een dessert kiezen. We kozen voor de Irish koffie, omdat we geen risico durfden te lopen dat de choco nog tot mousse moest geslagen worden. Whiskey op een bedje van gin, het smaakte meer dan ik verwacht had maar het had een nefast effect op mijn verbeelding.

In de achtergrond had ik al de hele avond te veel zicht op die blote zwangere benen onder tafel. Die zouden zo meteen veel beter tot hun recht komen in die gyneacoloog-beugels. Net zoals haar lang donker haar dat een beetje vettig over haar hoofd lag. Met weinig moeite kon ik me haar zo voorstellen op de bevallingstafel, haar haren plakkerig van de inspanning bij het persen, en hoe ze dan op het laatst trots haar hoofd opzij zou draaien naar de piepvader die nu pas angstig durfde naderbij te komen en door zijn aangedampte brillenglazen een glimp probeerde op te vangen van wat het geworden was.

De Irish koffie was niet meer en het hartenkoekje lag er gebroken bij. Het leek me dringend tijd om af te rekenen. Straks werd ik nog ongewild gebombardeerd tot suikertante. We moesten hier weg. De rekening kregen we sneller dan verwacht. We verlieten brasserie de Wachtzaal en wandelden opgelucht huiswaarts…. We konden er niet omheen. We hadden waar voor ons geld gekregen: Overvloedig veel Valentijn en een overdosis schlagers die nog de hele nacht nagalmden in mijn hoofd….
mooi ’t leven is mooi.   

Kindertijd

“Mama, mijn darmen komen eruit!” schreeuwt hij paniekerig. Het is de eerste keer dat ik hem hoor huilen, mijn grote broer. Wat ik vreemd vind, vooral omdat hij toch al een leeftijd heeft met 2 cijfers. 5 jaar loopt hij mij voorop in het leven. Maar vandaag loopt hij niet, hij strompelt, bloedend de woonkamer binnen. Tot hij zich als een gewonde soldaat op de zetel laat vallen.

Ik verwijder me zo ongemerkt mogelijk van dit dramatische tafereel, een laffe deserteur op zoek naar een veilige omgeving, mijn moeder. Ik vind haar in de inkomhal, gebogen over een soort kastje waarop bij andere mensen een telefoontoestel staat. De onze staat niet, maar hangt, wrikvast en behoorlijk hoog aan de muur. Moeder staat te bladeren in een boekje met handgeschreven cijfers en letters. Eindelijk vindt ze wat ze zocht en richt ze zich op. Met haar ene hand pakt ze de hoorn van de telefoon.

Dan begint ze met de wijsvinger van haar andere hand rondjes te draaien met het nummerschijfje. Alsof ze roert in de soep om te voelen of die niet te heet is. Na elk cijfer moeten we wachten tot het schijfje teruggedraaid is op de beginpositie. Dan pas kan ze haar vinger in het gaatje steken van het volgende cijfertje. Eén van de vele, van een nummer waarvan ik hoop dat het van een dokter is. Dan stopt ze het draaien en kunnen we alleen nog wachten.

Ondertussen hoor ik mijn grote broer in de verte kermen. Het klinkt wat gedempt van onder de rokken van mijn moeder. Hij moet het nog even alleen zien te redden. Want de draad waarmee de hoorn vast hangt aan de telefoon, dwingt ons in de inkomhal te blijven staan. Toch zeker mijn moeder, maar het lijkt me verstandiger dat ook ik help wachten tot de dokter naar zijn telefoon is gewandeld.

‘Ma, snel, ik kan mijn darmen zien’, hoor ik mijn broer nu roepen. Ik ben nu helemaal zeker dat ik de juiste keuze heb gemaakt om hier te blijven. Verbaasd hoor ik mijn moeder hem zonder veel compassie toespreken…. dat hij maar niet zo onnozel had moeten doen met zijn veel-te-grote jongenslijf op dat veel te kleine-meisjes-fietsje, en dat hij dan nog zo nodig veel te snel moest rijden, en dat het nu eenmaal venijnige gevolgen kan hebben als die pedaaltjes dan als een mixer rond blijven draaien, waar zijn benen dan in verstrengeld geraken, en dat hij zich nu wat kalm moet houden, … en dat er helemaal geen darmen zitten in zijn kuit.

Oudejaarsavond

Dit jaar organiseerden de mannen de jaarlijkse themaparty van oudejaarsavond. Hoewel het vrouwenteam ondertussen functioneert als een goed geöliede machine, na tientallen jaren ervaring, hebben ze zichzelf een sabbatjaar voorgeschreven. Het werd tijd dat de mannen ook eens de kans kregen zich te bewijzen. De vrouwen konden relaxed achterover leunen, een wijntje in de hand, met nog slechts één gespreksonderwerp : “Of en hoe zullen de mannen het er van af brengen?”

Zich bewust van de druk die op hun schouders rust, besloten de mannen alle voorbereidingen zoveel mogelijk geheim te houden voor de vrouwen. Toch moeten er mannen geweest zijn, die na een vergadering, in een zwak moment, overmand door begrijpelijke twijfel en onzekerheid, te rade zijn gegaan bij één van hun respectievelijke vrouwen. Op die manier was er af en toe toch wat cruciale informatie naar de vrouwelijke kant doorgelekt. Wat onmiddellijk resulteerde in een onvermijdelijke lawine van kritiek en commentaar.

Het eerste item waar veel ongerustheid over ontstond, was de prijsbepaling. In vergelijking met vorig jaar werd er een plotse prijsstijging aangekondigd, die niet meer met de index alleen te verantwoorden viel. Het hek was helemaal van de dam, toen er geruchten waren over een drankbonnen-systeem. De vrouwen veerden ongemakkelijk op uit hun comfortabele positie, sommigen iets te snel waardoor hun wijntje wat morste op de zetel.

Uiteindelijk konden ze alles een plaats geven en bedaarden ze : de onzekere mannen wilden gewoon op veilig spelen en zeker geen risico lopen nadien de financiële put te moeten vullen. Uit begripvolle compassie gaven de vrouwen hun -weliswaar niet gevraagde – akkoord, maar lieten ze verstaan dat ze in ruil een evenredige stijging aan perfectie en exclusiviteit verwachtten.

Een ander heikel punt was ‘het thema’. Cruciaal voor een geslaagde avond, al was het maar voor de foto’s achteraf. Om te beginnen waren de meningen sterk verdeeld over hoe obligatoir de dresscode al of niet moest zijn! Er werd gefluisterd dat een paar fanatiekelingen zelfs van plan waren de toegang te ontzeggen van genodigden die niet in het thema pasten. Kortom, de spanningen liepen hoog op en de opluchting was voelbaar toen het thema eindelijk werd vrijgegeven : ‘film’! Bij nader inzien inderdaad een thema dat evengoed mogelijkheden biedt voor mensen die niet zo graag in de verkleedkoffer duiken. De vrouwen leunden weer achterover en konden hun fantasie de vrije loop laten, wat aardig lukte na al die wijntjes.

Vanaf dan moest je alleen nog op je hoede zijn voor slinkse ondervragingsmethodes, om te achterhalen welk filmpersonage je zou zijn. Het gevaar kwam van alle kanten, zowel van zij die geen inspiratie hadden, als van diegenen die van plan waren er helemaal over te gaan, en het risico wilden inschatten dat ze toch niet de enigen zouden zijn die zich compleet belachelijk zouden maken.

Door de verhoging van de deelnameprijs voelden Filip en ik ons genoodzaakt te besparen op het kledijbudget. Maar we zijn gewoon creatief om te springen met weinig middelen. Ikzelf kon de perfecte ‘runaway bride’ spelen, door gewoon mijn trouwkleedje aan te trekken met comfortabele sportschoenen. De film had ik nooit gezien, maar dat was geen vereiste. Ik had er wel niet bij stil gestaan, dat het ingewerkte corset na twee jaar huwelijksgeluk nu wel héél strak rond mijn lijf zat gespannen. Rechtopstaand hapjes naar binnen werken lukte nog, maar nog tijdens het aperitief begon ik me wel wat zorgen te maken hoe ik ooit zittend zou eten in die dwangbuis.

Maar het is in nood dat de perfect oplossingen uit de lucht komen gevallen. Dus toen ik mijn jongste zoon na het aperitief, zoals afgesproken, naar oma bracht, ontfutselde ik zijn Casa del Papel-outfit (rode losse overal met Dali-masker en nepgeweer). Bij mijn terugkomst op de feestlocatie verraste ik het oudejaarsavond-gezelschap met een overval in Casa-stijl. Niemand was onder de indruk van mijn overval, maar wel van mijn gedaanteverwisseling, die ik handig wist in te kleden als vooraf gepland.

Filip besloot als zichzelf te gaan, als Superman dus. Veel had hij niet nodig : een rode cape, een oogmasker die we in een prullenwinkel op de kop hadden kunnen tikken, een geprint superman-logo op zijn gespierde torso, en een blauwe panty van mij waaronder hij enkel een onderbroek droeg (een superman broekje hadden we helaas niet meer kunnen vinden). Maar zelfs met die paar attributen was hij omgetoverd tot een ware look-a-like. Met zijn hete adem blies hij in één ruk de BBQ op gang en het heel de avond vloog hij héén en weer in de zaal om de buffet-tafel te installeren, de cava bij te vullen, verse glazen tevoorschijn te toveren en zalm-papillotten aan te leveren.

De verstrengde privacy-wetgeving indachtig, kan ik hier natuurlijk niet zomaar al onze gasten met naam en toenaam gaan vernoemen. Maar ik zie er geen graten in ze voor deze blog op te voeren als hun alterego’s voor één dag. Zo passeerden volgende personages de revue : meneer Boma & Carmen van de kampioenen, Mister Spock van Star Trek, Katnis Everdeen van de Hunger Games, Zorro met (één van?) zijn vrouwen, John Travolta & Olivia Newton John van Grease, Mr Grey & Anastasia Steele van 50 shades of Grey, James Bond & M, een stelletje tweede-rangs-actrices uit de jaren ‘20 die nooit zijn doorgebroken, een Indische Bollywood actrice met haar pooier, kunstenaar Egon Schiele en dan ben ik er zeker nog een paar vergeten. En o ja, ook nog Dhr. en Mevr. Lodewyck-Buyse, met een zeer overtuigende vertolking van zichzelf (hun rijkelijk gekleurd leven vol avonturen, exotische reizen, artistieke en andere escapades, is bij nader inzien inderdaad voer voor een film).

Het decor van dit anachronistisch gezelschap was het enige echte authentiek cultuurcaféetje in Roeselare, dat zich perfect leende als filmset. Deze unieke locatie was nu wel niet te wijten aan bijzonder zoekwerk van de mannen, maar enkel dank zij een nieuw lid van ons mannencomité : de cafébaas en voor de gelegenheid eigen-nar* van de Ktrolle (*is geen schrijffout maar een verwijzing naar zijn outfit als ‘nar’ uit een sprookjesfilm). Omdat het cafeetje als een verborgen parel, pal in het centrum, verscholen ligt, was er nog een bijkomend voordeel. De gasten werden om 12u zomaar getrakteerd op een spectaculair vuurwerk, dat te zien was van op de markt en dat terwijl de mannen het vuurwerkbudget konden uitsparen in het al zeer ruime budget !

Het was met een dubbel gevoel bij meneer Boma, die in ons oudejaars-team ondertussen gekend is als de beste vuurwerkmaker van heel het kabouterdorp (of nee dat is een andere film). Maar al bij al moet hij inzien, dat het best was dat er geen vuurwerkboxen vervaarlijk dicht moesten ontstoken worden. Dat zou helemaal niet goed afgelopen zijn voor zijn Carmen, die hij had geïnviteerd. Zij had de hele avond zo al haar handen vol met haar decolleté in de plooi te houden, haar minirok naar beneden te trekken en haar weelderige krullen uit haar ogen te wrijven, wilde ze haar gesprekspartner kunnen aankijken. Ik mag er niet aan denken dat ze daarbij nog eens een hysterisch Nero-ke had moeten kalmeren onder haar armen.

Om 12u leek de betovering precies verbroken. Vele pruiken waren al van eigenaar gewisseld, John Travolta en Mr. Spock waren éénsklaps kaal geworden, Anastasia Steel stond op de dansvloer vervaarlijk te zwaaien met mijn geweer, de boa’s van de naamloze actrices uit de jaren ‘20 hadden ondertussen bijna al hun pluimen verloren en mijn superman was zijn krachten kwijtgespeeld.

Ik zag hem vermoeid maar geduldig zitten wachten, tot ik mijn jaarlijkse bijdrage had geleverd op de dansvloer, naast hem een hoopje zwarte pluimen van de actrice die hem nog gezelschap had gehouden. Ik besloot dat het tijd was, en we vlogen samen naar huis, het gloednieuwe jaar tegemoet.

Gelukkig nieuw jaar iedereen !

Kerst

Moeten wij echt mee naar Frankrijk, waar alle huizen bouwvallig lijken en de wifi traag? De jongens hebben er niet echt veel zin in. We doen geen poging hen gerust te stellen door te beloven dat het er supergezellig zal zijn, dat we kerstavond zullen vieren met cadeautjes bij het haardvuur, dat we gezelschapsspelletjes zullen spelen en biljarten in de men’s cave.

In plaats daarvan kiezen we ervoor hun rampscenario aan te dikken : dat we er onze eigen kamp Waes zullen organiseren, een echte bootcamp, waar ze alleen zullen overleven mits discipline en fysieke inspanningen : boswandelingen in het donker, everzwijnen jagen om niet uit te hongeren, hout kappen om warm te blijven, …  En alsof dat niet genoeg is als sfeerschepping, bespreken Filip en ik opzettelijk luid dat we hopen dat de mazoutketel nog gevuld zal zijn, want dat er anders geen chauffage of warm water zal zijn…  

Als de verwachtingen minimaal zijn, kan de werkelijkheid  alleen maar meevallen, is onze strategie.  

We zijn nog mild, want we spreken niet eens over de Wifi, waarvan we nooit zeker zijn dat die zal werken. Maar dat is natuurlijk wel het eerste wat uitgetest wordt als we aankomen. Nog voor de auto is uitgeladen, valt het verdict en wordt bevestigd wat we niet eens hadden durven uitspreken. Geen Wifi !

Het noodnummer naar Orange voor dergelijke kritieke situaties, blijkt niet te werken vanuit een Belgische mobiel nummer en de zelfhulp-website is ook geen oplossing zonder wifi.

Morgen moeten we toch naar de stad om boodschappen te doen, dus zullen we dan ondertussen ook naar de Orange-shop gaan, beloven we. Zo wreed zijn we niet.

Het is ontzettend druk in de Wifi-winkel. Een wirwar van klanten en medewerkers. Een lokale lotgenoot expliceert het systeem: je moet eerst aanschuiven bij die onthaalmedewerker die je dan zal doorverwijzen naar één van de andere medewerkers. Eens het onze beurt is onthaald te worden, blijven we daar helaas steken. De Orange-man wijst ons erop dat hij niets kan doen, we hadden onze wifibox moeten meebrengen en die zouden ze dan kunnen testen.

Gelukkig heeft onze bergrit van drie kwartier, ook nog een ander doel gediend: boodschappen doen. In de supermarkt ben ik er niet helemaal bij met mijn gedachten. Ik moet tot 3 keer toe van de kassa naar de groentenafdeling terug sprinten om groenten te gaan wegen waarvan ik dacht dat ze per stuk werden verkocht. Eerst de uien, ja dat had ik moeten weten. Dan het potje olijven ‘en vrac’, wat evenveel betekent als ‘deze moet je wegen!’ weet ik nu. Maar dan ook nog dat kleine rode pepertje? Komaan daar past niet eens zo’n prijssticker op ! Terwijl ik mijn estafette zo snel mogelijk probeer af te werken, moet mijn mannelijk gezelschap zichtbaar gegeneerd de geërgerde blikken doorstaan van de klanten, die zo onfortuinlijk waren geweest onze rij te kiezen. Een vernedering die mijn mannen zonder excuses moeten ondergaan, gezien hun Frans te kort schiet om verontschuldigingen te formuleren dat kassa’s in België uitgerust zijn met een weegschaaltje.

De volgende dag maken we opnieuw een gezinsuitstap naar Aubenas, de stad van de Orange-shop. Die blijkt ook in de winter te sluiten tijdens de siësta. Noodgedwongen maken we een stadswandeling en ontdekken een echte kerstmarkt, met plastieken schaatspiste (!), die we niet durven uitproberen. Klokslag 14u staan we voor de Orange-winkel. We zijn de eerste klanten en zelfs zonder het onthaal te passeren, mogen we meteen een echte medewerker spreken. Met enige trots toveren we de wifi-box tevoorschijn waar we al de hele kerstmarkt mee rondsjouwen.

Deze medewerker is niet onder de indruk en heeft nauwelijks oog voor het ding. In plaats daarvan doet hij dat waar ik bij ons eerste bezoek had op gehoopt: Hij zoekt onze gegevens op in de computer, maakt weliswaar even een pijnlijke grimas als hij hoort in welke uithoek we wonen, maar belt dan een technieker op die van op afstand onze lijn kan testen. We zijn niet echt verrast als zijn conclusie is dat die niet werkt. Maar er wordt meteen afspraak geregeld met een technieker die ter plaatse zal komen, maar dat kan pas na kerstdag natuurlijk. Ik ben oprecht verrast over zo veel Franse efficiënte in slechts enkele minuten.

We pakken onze wifibox, waar niemand had naar omgekeken, liefdevol in en keren terug naar onze afgelegen kerststal.

Tot mijn genoegen keken de kids uit naar kerstavond. Vooraf in België kocht ik voor elk van mijn mannen een cadeautje. Ook had ik de laatste dag thuis de jongens wat geld toegestopt en op pad gestuurd om ook voor mij een kleinigheid te gaan kopen. Soms moet je als moeder wat creatief zijn om in je eigen behoeften te voorzien.

Om grote ontgoochelingen te voorkomen, had ik wel meermaals gemeld dat het een ‘klein’ cadeautje was, en met ‘klein’ bedoelde ik niet het formaat, maar de prijs, voor het geval ze dan zouden gaan fantaseren over een Iphone. Mijn strategie had gewerkt, de cadeautjes vallen in de smaak, nu nog de kerstmenu.

Gourmet, ideaal voor kerstavond, vooral omdat er weinig voorbereiding aan is. Filip had me verzekerd dat de nodige logistiek aanwezig was. Mijn aandeel bestaat er alleen uit wat groenten te snijden en pannekoekendeeg te maken, voor het dessert. Maar het gourmet-stel blijkt eerder een soort kruising te zijn van een elektrische BBQ en een broodrooster. Het lukt nog om ons vlees te roosteren op de plaat, maar de bijhorende pannetjes, waarin ik had gehoopt die pannekoekjes te bakken, passen alleen ónder die grillplaat. Gelukkig zijn er nog de kerstkroketten, die ik was vergeten te bakken vooraf, waardoor we tegen het eind van het eten toch elk nog een paar kroketten kunnen eten bij wijze van dessert. Ja, wat mij betreft, kerstmenu geslaagd.

Op kerstdag maken we een wandeling onder een zalig zonnetje in de hoge bergen, waarmee we een letterlijke invulling geven aan de zalige hoogdag. Na wat stevig klimmen en klauteren langs een bergriviertje, aperitieven we boven op de berg onder een staalblauwe hemel. Ook de jongens weten de wandeling, de uitzichten, de meegezeulde aperitiefhapjes te appreciëren.

Bij een afdaling op een moerassige grasveld, gaan Filip en kort daarna Mattis onderuit. Ze hebben zich niet bezeerd maar moeten de wandeling verder met een natte modderbroek. Schoorvoetend bekennen ze (allebei !) dat het grootste probleem nog is dat dit hun enige broek is die ze mee hebben naar Frankrijk. Dat ze dit allebei voor hebben, heeft niets met toeval te maken, maar wel met het feit dat ik bij het inpakken voor de eerste keer geweigerd had iedereen zijn valies te gaan maken…

Tweede kerstdag heeft veel weg van een eigentijdse replica van het kerstverhaal. Opgekleed in ondertussen fris gewassen kleren wachten de jongens in spanning het bijzonder bezoek af. De opluchting is groot als ze hen halfweg de voormiddag in de verte de berg zien op komen : de wijzen uit het oosten, hopelijk ook beladen met geschenken: goud, wifi en mirre.

De technische dienst van Orange heeft duidelijk de grote middelen ingezet. Ze zijn met een grote vrachtwagen met kraan en al en zelfs met twee man! Voor het geval één van beide een flauwte krijgt, wegens niet goed verteerde kerstmenu, vermoed ik. Tegen mijn beperkte verwachtingen in, is het probleem miraculeus snel opgelost. De kraan en de camion blijken overbodig voor een stopcontactje dat een slecht contactje geeft…

De volgende dagen verlopen rustig. De kids maken draadloos contact met hun vriendjes in de bewoonde wereld, ik kan me volop gooien op deze blog en Filip, geveld door rugpijn na zijn slippertje in de bergen, doet krampachtige pogingen zich rustig te houden. De weergoden zorgen gelukkig voor bijpassend druilerig weer, zodat we ons tenminste niet schuldig hoeven te voelen bij zoveel passieve inspanningen.

Writer’s block

Je vroeg je het waarschijnlijk al af, na al die weken zonder nieuw blogbericht, heeft ze last van een writer’s block*? Nee, zo ver ben ik nog niet. Er is een andere reden voor mijn schijnbare productiestop. Schijnbaar dus, want achter de schermen ben ik bijna elke dag aan het schrijven. Mijn huisgenoten, huishouden en huisstofmijten kunnen dat getuigen. Ik zal me even verduidelijken.

Het begon allemaal in juni. Om mijn schrijversgehalte wat op te krikken, schreef ik me in voor een cursus schrijven die in september zou starten. De hele zomer keek ik er verlangend naar uit. Ik zag het al helemaal voor mij: mijn eerste boek in de winkel, handtekeningen uitdelen op de boekenbeurs, interviews in talkshows en natuurlijk ook, zoals alleen echte grote schrijvers, ooit een writer’s block… 

We zijn nu een paar lesmaanden verder, ik leerde al zéér veel bij, alleen betwijfel ik of mijn schrijversgevoel er tot nu toe zeer opgekrikt van werd.

Les één begon met het fragment “So you want to be a writer” van Charles Bukowski**. De essentie van zijn betoog:  je bént een schrijver of je bent het niet, een schrijver wórden is geen optie…  Ik had mijn inschrijvingsgeld nog niet betaald. Ik kon nog alle kanten uit…

Ik koos voor het voordeel van de twijfel. Niet aan mezelf! Maar aan Bukowski, bij mij toch vooral gekend om zijn liefde voor whiskey en vrouwen. Waarschijnlijk had hij dit fragment zwaar onder invloed geschreven, in een poging een rivaliserende would-be schrijver uit te schakelen die een zelfde minnares deelde …  

Het is me nog steeds een raadsel waar ik die moed bijeen schraapte de confrontatie aan te gaan met mezelf en mijn schrijversambitie. Misschien lag het aan de leerkrachte, de er-altijd-stralend-vrolijk-en-fris-uitziende Lara Taveirne***, zelfs wanneer haar hond net is overleden (dit laatste heb ik niet eens verzonnen, mag je navragen aan mijn klasgenoten!). Misschien lag het aan haar beloftevolle beeldrijke boeken, die ik in de zomer voor de lessenreeks nog snel had gelezen. Of misschien doordat ze ons al vanaf de eerste les uitdaagde met opdrachten die we ter plekke moesten creëren (jullie krijgen 5 minuutjes, is voldoende?) en dan onze literaire miskramen bewonderde als waren het de schattigste baby’s. Wie waren wij om haar tegen te spreken?  

Ik heb absoluut geen spijt van mijn keuze. Ik bewonder Lara oprecht voor haar expertise en enthousiasme. Meestal onthaalt ze onze teksten met een soort van blije verwondering over zo veel vlijt en vooruitgang. Daarna formuleert ze de perfecte dosis opmerkingen en aanmoedigingen, waardoor je vastbesloten bent, na een volgende herwerking, de prijs voor het beste debuut binnen te halen.  

Maar ik moet realistisch zijn, het zal nog niet voor direct zijn, die carrièreswitch. Er is nog heel wat werk aan mijn boekenwinkel. Schrijven is een heel tijdrovende bezigheid, je moet je er helemaal kunnen in onderdompelen, wat niet altijd evident is, voor je het weet zit je tussen overgare soep en aangebakken patatten.

En dan is er nog het veldwerk, je kan niet zomaar wat schrijven. De inhoud moet kloppen met de werkelijkheid, want herkenbaarheid is een belangrijk gegeven voor de lezer, leerde ik ook. Zo had ik laatst uren geknutseld aan een passage over een trein die het station luid donderend komt binnen gereden : het geluid van de afremmende trein, in mijn herinnering een akelig schurend metaalgeluid, was de openingszin van mijn tekst. Mijn ontgoocheling was dan ook groot toen ik bij een recente, nog zeldzame treinreis, vaststelde dat treinen de laatste paar jaar blijkbaar ontzettend geëvolueerd zijn en helemaal geen dergelijk -zij het dan goed omschreven- geluid meer produceren. In plaats daarvan glijden ze bijna geruisloos het station binnen, zonder enig spoor nog van die ouderwetse dramatiek. Ik kon dus meteen les twee in praktijk brengen : ‘durven schrappen’! Ik maak vorderingen, denk ik. 

Soit, alle drama en hectiek op een stokje, ik amuseer me eigenlijk wel te pletter. Maar mijn punt is dus dat ik allerminst te kampen heb met een writer’s block. Als ik al met iets kamp, dan is het een soort van identiteitscrisis. Doorheen de schrijfopdrachten zwalp ik van euforie naar depressie en terug. Misschien is dat juist de bedoeling want ik begin de heer Bukowski, meer en meer te snappen, zijn teksten en zijn liefde voor whiskey.

Gelukkig is er nog deze blog, waar ik kan schrijven, zonder opgelegde thema’s, uit de losse pols over mijn doodgewone leven. Het voelt als een beetje thuiskomen, bij mijn lieve lezers, bij de kiem van mijn passie.

——————————————————————————————–

* Schrijversblok (Engels: writer’s block) is het tijdelijke onvermogen van een schrijver of componist om tot schrijven te komen.

** Het fragment “So you want to be a writer” van Charles Bukowski kan je hier lezen.

*** En de drie sterren-voetnoot is voorbehouden voor een linkje naar Lara Taveirne.

Autorit

Echtelijke ruzies, het waren er gelukkig nog niet veel, maar 90% ervan vond plaats in de auto en waren altijd gerelateerd aan het autorijden. Over te traag of te snel, te dichtbij of te veraf, te links of te rechts, over het verschil tussen bemoeien en waarschuwen, over de manier van remmen en schakelen, de radio te luid of te stil, de navigatie instellen en niet volgen….

Ongelooflijk hoeveel discussie-materiaal er zich bevindt in die beperkte ruimte van een auto !

Ondertussen zijn we allebei al vertrouwd met de risico’s van een autorit maar gewapend met wat humor en een paar auto-survival-truken doorstaan we elke trip.

Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik toch nog altijd wat zenuwachtig ben als er weer een 10-uren-rit naar de Ardèche op het programma staat.

Het moment van vertrek! Ik loop meestal het huis nog rond als een kip zonder kop, probeer me te focussen op wat niet mag vergeten worden : de frigo-spullen, de toiletzak, de laders van de gsm,…. terwijl Filip al ongeduldig achter het stuur zit te wachten.

Er zit niets anders op dan alles los te laten en mij vast te klikken in de passagierszetel. Vanaf dan ‘moet’ of beter ‘mag’ ik in principe niets meer doen. Dat wil zeggen, niet helpen remmen, niet helpen meekijken in de spiegels bij het voorbijsteken, geen advies geven over het schakelen, er niet helpen aan herinneren ruitenwissers of lichten aan te steken ….. Vermoeiend lastig, kan dat soms zijn, niets doen!

Ten voordele van ons huwelijksgeluk, heb ik al veel strategieën ontwikkeld, om de omliggende verkeerssituatie, de rijstijl en de route zelf, zo veel mogelijk te negeren.

Ik begin meestal met het afwerken van mijn ochtendtoilette, gezien ik daar thuis geen tijd meer voor had. De behoorlijk grote spiegel van de zonneklep komt daarbij goed van pas: haar kammen, ogen maquilleren, bril vervangen door lenzen… Zo kom ik toch een beetje fatsoenlijk voor de dag, vanachter mijn raam, voor de passerende chauffeurs.

Ja, dat is nog een favoriete bezigheid : sightseeing of gluren bij de buren! In de auto’s die we voorbijsteken, en vooral ook als we stil staan aan de lichten of in de file. Waar zijn mijn lotgenoten mee bezig? Zijn ze geamuseerd aan het babbelen of wijzen die gesticulerende armen op een auto-discussie ? Soms voelen mensen als je hen aanstaart, en moet ik gegeneerd mijn blik afwenden, als ze dan per ongeluk ook terug kijken.

Lezen! Nog een perfecte activiteit tijdens lange autoritten! Thuis word ik vaak afgeleid van het verhaal door stemmen in mijn hoofd die me herinneren dat de vaatwasser nog moet geleegd worden, de droogkast gevuld, de trap gestofzuigd…. maar daar heb ik in de auto totaal geen last van! De stemmen weten niets te verzinnen, er is toch niets anders te doen!

‘Slapen’ is uiteraard de beste remedie tegen autostress. Wat Filip betreft, mijn meest doeltreffende strategie. Het toeval wil dat ik een expert ben in tukjes doen. Dat lukt voor mij ook perfect in een auto. Enige voorwaarde is dat ik mijn ogen afdek zodat het donker lijkt. Daarom heb ik altijd een sjaal bij de hand. Als een slaapje zich opdringt, leg ik die op mijn ogen en maak hem dan vast achter mijn hoofd. Want in een schokkende, soms wat onverwachts weg en weer wiegende auto (waarmee ik geen kritiek wil uiten op mijn chauffeur uiteraard !) kan de sjaal niet naar beneden zakken over mijn neus of mond en geraak ik niet ongewild in ademnood tijdens mijn slaap.

Ik neem het er maar bij dat het wel een vreemd zicht moet zijn voor de passanten. Ik zou ook mijn bedenkingen hebben als ik een camionette zie passeren met naast de chauffeur een geblinddoekte vrouw. Maar tot nu toe werden we nog nooit aan de kant gezet door een controle-patrouille.

Gelukkig maar, want het zijn onze beste auto-momenten. Mijn chauffeur kan ongestoord zijn ding doen, terwijl ik lig te dromen van onze eindbestemming.

Al bij al kan ik toch maar weer mooi van geluk spreken. Zoveel problemen zijn er niet in de wereld die je kan oplossen door gewoonweg te slapen.

Zondag

Zondag, de enige dag zonder wekker. Die zevende dag van de week, doen we zoals God het ons voordeed: uitrusten !

De jongens zijn al in die grootteorde dat ze ons niet meer wekken. De oudste blijft trouwens liefst zelf tot de noen in zijn bed liggen. En als we geluk hebben, staat er voor de jongste ook geen huiswerk meer op de planning en is er geen handbalmatch.

Om de twee weken is er ook een versie ‘zondag zonder kids’. Dan kan alleen onze eigen planning, onze rustdag verstoren, zou je denken… Was het niet van onze kleinste telg, Twix, de poes, die als een echte dame ook haar deel van de aandacht opeist !

We vermoeden dat ze last heeft van een soort verlatingsangst. Die steekt vooral de kop op rond 6u30 de zondagmorgen. Het uit zich in klagend miauwen en krabben aan onze kamerdeur. Een blinde paniek die haar overvalt dat we er niet meer zijn. In haar kattenbrein is dat de enige verklaring voor het feit dat Filip niet zoals andere dagen op dat uur, uit de slaapkamer komt, waar ze geduldig ligt te wachten, en in het halve duister haar best doet zoveel mogelijk in de weg te liggen, zodat hij écht moet bewijzen dat hij wakker is door vooral niet te struikelen!

Gelukkig is het enkel Filip die ze mist. Eens hij dan toch maar is opgestaan om haar gerust te stellen dat hij nog leeft, kan ik gewoon nog wat verder soezen.

Het voordeel is ook dat, als hij dan toch als eerste is opgestaan, hij meteen ook naar de bakker kan gaan. En zo is elke zondag ook een beetje vrouwendag ten huize Irfi.

Huiswerk

“Ik moet nog huiswerk maken, anders zal de juf boos zijn!” Tja, dat wil je niet natuurlijk, je wil die juf van je zoon tevreden houden, je wil je zoon ‘s morgens met een glimlach naar school zien vertrekken, je wil hem ‘s avonds niet wenend in bed vinden omdat hij nog een taak vergat te maken.

Al is dat niet altijd simpel als je een rugzak leerproblemen meezeult. ‘Leer’-problemen, voor wie niet vertrouwd is met het concept, dat betekent dat je, ondanks een gemiddeld IQ, toch moeite hebt om te lezen, moeite om te rekenen, moeite om te onthouden, moeite om nieuwe leerstof op te nemen, moeite om geleerde leerstof te automatiseren, moeite om te plannen… Er is geen verklaring, geen oorzaak, geen remedie, geen medicatie, ….

Met al deze beperkingen is huiswerk, steevast een zware beproeving, ook voor mij.

Het begint met een schietgebedje als de boekentas open gaat, dat minimum toch de schoolagenda in de boekentas zal zitten, en dat hij die niet vergeten is op school. Eens dat geluk ons ten deel valt, gaat het erom daarin samen op zoek te gaan naar de taken voor deze week. Hoe moeilijk kan dat zijn, hoor ik jou denken? Dan ben jij waarschijnlijk ook nog van die generatie waarvan er in de lagere school alleen zoiets bestond als rekenen, lezen en WO (en knutselen en turnen, maar daar kreeg je geen huiswerk voor)?

Wel nu, het is tijd voor een update! Die vakken zijn exponentieel uitgegroeid tot een arsenaal vakgebieden als meten, metend rekenen, meetkunde, toepassingen, getallenkennis, cijferen, taalbeschouwing, spelling, luisteren, begrijpend lezen, …. Zelfs met mijn notities erbij van alle infosessies, die ik op school trouw probeer bij te wonen, slaag ik er nog steeds niet helemaal in al die begrippen volledig uit elkaar te houden en aan de juiste inhoud te koppelen.

En blijkt dit nu toch wel de eerste vereiste te zijn van een optimale huiswerk-coach. Je moet spelen met die vakbenamingen, ze moeten deel uitmaken van je dagelijks vocabulaire! Anders zit je daar mooi, naast je lagere schoolkind, trots te wezen over je perfecte kennis van spellingsregels en je inzicht in lagere schoolwiskunde, maar heb je niet eens een flauw benul waarover de huistaak zal gaan, afgaand op de omschrijving in de agenda.

En alsof dat al niet complex genoeg is, hoort bij elk van die vakken nog eens een bibliotheek handboeken én werkboeken, met wat mij betreft toch iets te weinig onthullende namen. Of wat versta jij onder boeken met titels als ‘Katapult’, ‘Kompas’, ‘Mundo’, ‘ViaMundo’, ‘Alfabeestje’, ‘Zonder fouten’, ‘Quartier Etoile’? Ja dat laatste is Frans, die had ik zonder infosessie ook nog wel door..Maar de rest?

Ja ik geef toe, na 6 jaar, zou ik die namen nu toch onderhand wel moeten kennen… Ik vermoed dat ik ook leerproblemen heb…

Maar goed, eens we zover zijn, dat we alles hebben uitgeplozen wat ons te doen staat deze week en we alle bijhorende boeken hebben gevonden, dan denk je, vooruit, nu gaan we er snel aan beginnen, zodat we er vanaf zijn! Mis! Niet in een 6de leerjaar! Want in een 6de moet je eerst leren plannen.

Plannen is namelijk een fundamentele vaardigheid voor de verdere schoolcarrière, dat begrijp ik. Maar voor mijn zoon komt het neer op beslissen welke taak hij zonder veel poes-pas direct kan beginnen invullen, en beslissen welke taken hij wil uitstellen naar ‘niet vandaag’.

Om niet nog meer kostbare vrije tijd te verliezen, begint hij meestal toch maar meteen met het eerste het beste invulblad, en ondertussen hou ik me dan maar in stilte bezig met het plannen van zijn uitgestelde taken.

En terwijl ik zo naast hem zit, en hem af en toe wat bijstand geef bij moeilijke woorden of begrippen, zit ik hem stiekem van achter mijn planningsschema te bewonderen, voor zijn motivatie, zijn enthousiasme en zijn niet-aflatende inzet, die hij ondanks alles nog aan de dag kan leggen, na al mijn gezeur, gezucht en gezaag dat ik censureerde tijdens de hierboven beschreven passage, en dat hij bovenop zijn leerproblemen ook nog maar eens heeft moeten doorstaan…

Ik vermoed dat ik een grote buis zal hebben voor huiswerk-begeleiding. Nu maar hopen dat de juf niet boos is….