Vakantielief

Deze nacht werd ik ineens wakker van een vreemd geluid. Ik kon het niet meteen thuiswijzen. Als het loeien van een koe, maar dan minder krachtig, zoals een koe zou klinken als die hees is en ook nog eens heel erg vermoeid. Mijn eerste gedachte was dat het Filip was. Hij is al een paar dagen wat ziek en misschien had hij last van een verstopte neus. Maar toen hij zich ook oprichtte en dat geluid niet ophield, dacht ik, dat het dan wel Lucy moest zijn, die naast mij op de grond lag te slapen. Maar ook zij richtte haar kop op en keek ons verdwaasd aan. Daar zaten we dan met z’n drieën midden in de nacht, rechtop in bed, te luisteren naar een hese koe.

En ja, nu besefte ik dat het geluid van buiten kwam. Het raam stond zoals altijd wijd open (weliswaar mét muggenraam uiteraard). Dat geeft ‘s morgens zo’n heerlijk frisse bries in de kamer en ‘s avonds word je in slaap gewiegd door de nachtelijke natuurgeluiden: het ruisen van de bomen, het zingen van de krekels en talloze andere onbestemde nachtdieren waarvan ik niet altijd weet wat het is. Maar koeien zijn voor zover ik weet geen nachtdieren en dit soort geluid had ik nog nooit gehoord. Volgens Filip -die alweer was gaan liggen- was het een paringsroep van een hert. Herten heb ik hier nog niet vaak gezien, maar afgaande op de menukaart van de plaatselijke restaurants -als dat een goeie referentie is- moeten ze wel voorkomen in deze streek. ‘s Morgens speurde ik nieuwsgierig de struiken af aan de overkant van de rivier terwijl ik me afvroeg waar dat beest zich dan wel kon bevinden. In al dat groen houdt zich een kleurrijke dierenverzameling schuil, dat hebben we al meermaals kunnen vaststellen.

Zo krioelt het hier bijvoorbeeld van de hagedisjes. Je ziet ze overal opduiken, of beter gezegd wegduiken. Als er eens eentje heel stil blijft zitten -in de hoop dat je hem/haar niet ziet- dan is het precies een kleine tattoo op de gevel. Er zijn ook eekhoorns, oranje en zwarte. Schattige pluimstaartdiertjes die zich jammergenoeg ook altijd verstoppen, al zal de aanwezigheid van Lucy daar ook wel mee te maken hebben. Als ze de hond horen of zien, klimmen ze spiraalsgewijs langs de boomstammen omhoog naar hun nesten die ze -volgens Wikipedia- hoog in de kruinen maken. Alleen ‘s nachts durven ze zich wat verder wagen. Op een morgen zag Filip er een op onze terrastafel waar nog een restje aperitiefnootjes was achtergebleven. En de ijsvogels zijn mijn favoriet! Die fluoblauwe vogeltjes met hun oranje buikjes scheren hier over de rivier. Enkel als je heel veel geluk hebt kan je er één spotten die zit uit te rusten. Er zijn ook van die grote felgroene sprinkhanen. Die houden zich schuil tussen de planten, niet alleen voor ons maar ook voor de hagedissen. Laatst was Filip getuige van een live spektakel toen een hagedisje vliegensvlug een mega-sprinkhaan kon vangen. Ja, ik geef toe, ik heb het nogal vaak ‘van horen zeggen’. Het is altijd Filip die het geluk heeft zo’n dier te spotten. Hij had bij National Geograpfic moeten werken want hij heeft er een speciaal zintuig voor. Hij heeft een arendsblik en ziet ze nog voor Lucy -met al haar zogenaamde instinct en intuïtie- iets doorheeft. Zo was ook hij het die vandaag ineens riep: ‘Kijk, er zit hier een hond!’

Lucy was meteen geïnteresseerd. Nu alle bezoekers hier al een paar dagen weg zijn, en ze het enkel met ons moet doen, laat ze het niet na ons met veel zuchten en verveelde blikken duidelijk te maken dat het hier saai is. Op een avondwandeling en een uitstapje naar een plaatselijk marktje na, steken we inderdaad niet echt veel uit. Hoewel ze een heel park heeft om in rond te hossen, ligt ze de hele dag te slapen en de enige keren dat ze rechtop gaat zitten, is als we aan de aperitief beginnen. Maar sinds die mysterieuze bezoeker is er een opmerkelijke gedragsverandering. Nu weet ik wel dat honden hier niet in de bosjes leven, dus hoe deze hier terecht is gekomen, is ons een raadsel. Alsof Lucy een wens heeft gedaan en hij ineens voor de deur werd afgeleverd: een speelkameraad.

Hij heeft een wit lijf met zwarte vlekken, korte pootjes en een baard. Zijn kop is voornamelijk zwart, met uitzondering van twee borstelige witte wenkbrauwen waardoor hij een beetje de blik heeft van verstrooide professor. Dat het een hij is, leiden we niet af aan zijn baard, maar eerder door zijn weinig aan de verbeelding overlatende manier waarop hij Lucy meerdere keren en uitgebreid wil begroeten. Filip is oprecht gechoqueerd en jaagt de bastaard met veel kabaal van ons erf. Met weinig succes. Elke keer we denken dat hij weg is, staat hij ineens opnieuw midden in de tuin. Het duurt even voor we door hebben dat het kleinood met zijn gedrongen lijfje zich gewoon door de omheining kan murwen. Het is een kat- en muisspel dat we uiteindelijk opgeven. Tot groot jolijt van Lucy die in één klap van haar depressie is verlost en zich de hele tijd over haar nieuwe vriend ontfermt, zij het vooral erop en eronder. Er zit niets anders op. We laten de natuur een tijdje zijn gang gaan, maar vinden het na een aantal uren gehop welletjes geweest. Via Facebook plaats ik een oproep in de lokale groep van de gemeente en inderdaad de hond heeft een eigenaar én een naam: Newton. Later die avond wordt hij opgehaald met een dikke 4×4 waaruit een jong meisje stapt. Newton springt meteen in haar armen. Terwijl ze hem knuffelt, vertelt ze dat hij wel geregeld alleen op stap gaat, maar altijd terugkomt. Ik kijk toe hoe het beest met zijn donkerbruine ogen van onder die witte wenkbrauwen schuldbewust naar mij kijkt, alsof hij hoopt dat ik niets zal verklappen over zijn voornaamste bezigheid deze namiddag. Ik zwijg als vermoord. Het is niet mijn taak andermans honden op te voeden. Na onze babbel zet ze Newton voorzichtig op de achterbank neer, die zich het laat welgevallen, alsof meneer net een taxi had besteld. Samen met Lucy zien we hoe de auto wegrijdt. Ik ben opgelucht dat hij terecht is, zeker nu ik weet dat hij niet gewoon hier uit het dorp komt, maar 5 km verderop woont.

De volgende dag blijft Lucy de hele tijd op de uitkijk zitten. Elke keer ze de keffer van de buurman hoort, die altijd bezoekers aankondigt in onze gedeelde straat, spurt ze verwachtingsvol naar de omheining om te kijken of het niet haar vriendje is. Ook tijdens haar avondwandeling is ze ongeduldig en onrustig. In plaats van zoals anders met haar neus het gras af te snuffelen, blijft ze nu de hele tijd waakzaam rondkijken en de omgeving afspeuren. En dan ineens ziet ze toch wel een wit-met-zwart-gevlekt dier voor ons uitvluchten! Lucy zet zonder verpinken meteen de achtervolging in, tot ze helaas moet vaststellen dat het een simpele kat is, die overigens de schrik van haar leven heeft opgedaan.

Ik heb met haar te doen. Na een korte kennismaking met zo’n passionele coup-de-foudre, lijkt haar leven nu nog saaier dan voorheen. De euforie was van korte duur, maar helaas, zo gaat dat meestal met vakantielieven. We geven haar wat extra snoepjes en hopen dat het liefdesverdriet snel vervaagt. En inderdaad de tweede dag is ze weer iets meer in haar gewone doen en blijft ze niet meer de hele tijd bij de omheining liggen, maar houdt ze mij gezelschap. Filip is buiten aan het werk als ik hem hoor roepen: ‘Kijk snel eens naar buiten!’ Benieuwd wat voor dier hij nu weer heeft gezien, springen zowel Lucy als ik op uit onze luie zetel en kijken we samen door het raam. En ja hoor, daar staat hij, op onze oprit: de verstrooide professor met zijn witte wenkbrauwen! Zo te zien is hij weer de weg kwijt geraakt, of beter gezegd, heeft hij zijn weg teruggevonden.

Het is zo aandoenlijk dat ik er sympathie voor heb. Wat een slim beestje! In vergelijking met die lompe herten die ‘s nachts domweg moeten staan loeien in de hoop dat er eens een partner langskomt, heb je ook hondjes zoals Newton, die in het stille weg zelf op hun doel afgaan, ook al moeten ze daarvoor 5 km omlopen. Waar een wil is, is een weg.


Ontdek meer van Vleermuys

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

3 gedachten over “Vakantielief”

Laat hier een reactie na