Joannebus

Door het raampje van de trein zie ik hoe het landschap alsmaar trager voorbij schuift. De bebouwing dikt geleidelijk aan in het zonovergoten decor tot ineens vlakbij mijn raam een antiek stationsgebouw opdoemt en de film abrupt stil valt. Ik stap uit en sta in een klein stationnetje. Niet ‘s morgens in de vroegte, zoals in het liedje, maar veel te laat in de snikhete namiddag. In de verte zie ik mijn reisgenote meteen al staan, Anniek. Hoewel ik haar al zeer lang ken, kan ik me niet herinneren dat ik ooit zo blij was haar te zien. Na een moeizame tocht naar hier vol hindernissen, een TGV met technische problemen en te weinig wagons, vertragingen, gemiste treinen, bijna platte gsm… ben ik ongelooflijk opgelucht dat ik hier ben geraakt. In dit vergeten dorpje waar zelfs het TGV-personeel van daarnet -bij wie ik informeerde naar de beste verbinding naar hier- nog nooit van had gehoord. Saint Laurent de la Prée vlakbij Rochefort.

Mijn vakantie kan eindelijk beginnen. Het is een droom die uitkomt. Of ja, toch bijna. Ik heb er altijd stiekem van gedroomd eens mee te rijden met de echte Columbus, die met Wim Lybaert aan het stuur. Toen Anniek met het idee kwam een schoolbus om te bouwen tot camper en medereizigers zocht, heb ik dus geen moment getwijfeld om in te tekenen. Als er iemand is met wie ik zo’n alternatief busreisje aandurf is het wel met haar. Ze is van alle markten thuis, handig, kan goed koken, trekt overal haar plan mee en als ze het zelf niet kan oplossen, weet ze mannen te charmeren die dat wel kunnen. Dus ik vertrek zonder de minste reserve, vertrouw voor 100% op haar kunnen, maar verwacht me evengoed aan de nodige verrassingen.

Ik steek de sporen over en omhels mijn compagnon-de-route. Ze is in gezelschap van de Grote en de Kleine (zoals zij haar 2 fietsen noemt). Ik zwier mijn reistas op de bagagedrager en gezwind fiets ik achter haar aan in de richting van camperplaats waar de Joannebus geparkeerd staat, mijn verblijf voor de komende week. Het is drukkend warm, het eerste wat ik wil doen straks is mijn jeans uittrekken en iets fris drinken. Even later herken ik haar al van ver. Tussen de monotone witte en grijze campers staat zij te blinken in haar turkooisen vel. De Joanne staat geparkeerd op een landelijke campercamping met zicht op de oneindige velden. De eerste verrassing is al meteen dat ik niet één-op-één blijk te zijn met Anniek. Vier mensen staan ons op te wachten: één Belgische campergenoot die zo vriendelijk was zijn route aan te passen om een levering te doen (de nieuwe gasflessen, merci Johan!) en drie locals die ze hier heeft ontmoet en uitgenodigd om te aperitieven. Eén ervan blijkt aspirant gids te zijn en stelt voor om ons de volgende dag te begeleiden naar Fort Vauban in Fouras en aanverwante must-see-plekjes. Hij is hier geboren en getogen en kent alle hoekjes en kantjes van de coté. En vermits het concept hier ‘Go with the flow’ is, fietsen we de dag erna achter onze privégids aan. ‘s Avonds komen we afgepeigerd terug aan bij de bus. Niet zozeer van de rit, maar eerder van de onophoudelijke stroom aan vertellingen, verhalen, anekdotes en weetjes van onze gids in spe, die rijkelijk geslaagd is qua kennis maar die nu enkel nog een beetje zou moeten leren doseren. (Merci, Lionel!)

De dag nadien vertrekken we richting Royan. Even situeren: als je de kaart van Frankrijk zou vergelijken met de vorm van een hoofd dat naar de Verenigde Staten kijkt, dan is Bretagne de dikke neus met een dikke pukkel (La Manche) en eronder heb je een pruilerig mondje: de monding van de Gironde. Royan bevindt zich op de bovenlip van die mond. Wij kiezen ervoor niet de hele monding af te rijden tot in Bordeaux, maar wel om dicht bij de zee te blijven en hier dus een overzet te nemen over de inham van de Gironde. Dat kan met de bac, zoals dat hier heet. Dat is een grote overzetboot waar je met auto, bus of camper kan oprijden en dan in een kwartiertje de overkant bereikt. Het is de eerste keer dat Joanne (en dus ook Anniek) een overzet neemt. Het is dus best spannend. Hoe gaat dat? Hoeveel kost het? Hoelang moet je wachten? Maar alles begint verrassend vlot. Toevallig is er net een boot aan het laden en mogen we -na een nogal prijzig ticket te hebben gekocht- meteen doorrijden naar het wachtplatform. Daar moeten we parkeren in de rijbaan die voorzien is voor bussen tot bij een slagboom die vooralsnog dicht is. Terwijl we stilstaan, foetert Anniek dat we het tarief hebben betaald van een toeristenbus hoewel we gewoon een camper zijn met maar 2 man. Het is een begrijpelijke verwarring, vind ik, van buitenaf kan je aan niets zien dat dit geen gewone bus is. Midden in onze discussie gaat de barrière ineens open en mogen we aan boord rijden. Anniek wil starten maar blijkbaar gaat dit bij een bus niet zo in 1,2,3… Een blonde jobstudente die het laden van de boot moet coördineren staat druk te zwaaien naar ons om ons duidelijk te maken dat het onze beurt is om op te rijden. Anniek zwaait terug, ‘deux secondes,’ roept ze door haar raampje. Maar als ze de sleutel omdraait in het slot, gebeurt er weinig. Om niet te zeggen niets. We panikeren nog niet. Het is een kwestie van wat geduld. Nog een keer dan maar. Weer niets. Geen sputterende motor, geen lampjes of lichtjes op het dashboard die verduidelijken wat er aan de hand is. Het meisje staat te gesticuleren dat we nu toch echt moeten starten. Nog een poging. Tevergeefs. Joanne die wel watervrees lijkt te hebben, geeft geen kik meer. Ik voel hoe Anniek zenuwachtig begint te worden. Dit is niet normaal, mompelt ze. We kunnen hier nu toch niet in panne vallen? Ikzelf blijf -naargelang de omstandigheden- behoorlijk rustig. Gezien mijn technische kennis over bussen vrij beperkt is -lees nihil- is dat de enige manier waarop ik hier kan bijdragen, lijkt me. Gelukkig nam ik deze morgen de tijd voor een ontspannende meditatie. Het meisje snapt niet waarom we niet vertrekken en komt nu tot bij ons gelopen. ‘Er is een technisch probleem,’ zegt Anniek door haar bestuurdersraampje… Kunnen we de volgende boot nemen? We zien de slagboom onverwijld weer dichtgaan. Hier staan we dan. In panne op het boardingplatform van een overzetboot. Ik panikeer nog steeds niet. We hebben alles bij de hand, een bed, eten en een verse fles Aperol… Terwijl we toekijken hoe onze overzetboot langzaam wegvaart, pols ik voorzichtjes bij Anniek of er een plan B is. Ze reageert met diezelfde onheilspellende stilte als de motor van haar bus.

Ondertussen stap ik uit omdat ik wil te weten komen wanneer de volgende overzet is. Maar ik heb nog geen voet aan de grond gezet of ik word meteen al aangeklampt door een nietsvermoedende Duitser die uit een toeristenbus is gestapt en ook moet wachten. Hij heeft een foto genomen van de snoet van onze bus met de gepersonaliseerde nummerplaat (waarop Joanne staat uiteraard) en probeert mij in gebrekkig Frans en veel te uitgebreid uit te leggen dat één of ander familielid van hem blijkbaar Joanne heet en dat het toevallig haar verjaardag is vandaag! ‘Haha, wat toevallig,’ zeg ik wat gepresseerd en zet mijn expeditie verder. De volgende overzet blijkt niet eens zo veel later te vertrekken. Als ik weer aan boord kom, heeft Anniek ondertussen haar eerste hulplijn gebeld. Fred, het technisch brein achter Joanne, die zonder verpinken, de oorzaak weet. Als een deus-ex-machina, in deze schijnbaar hopeloze situatie, zijn we ineens in 2 seconden van ons probleem verlost: ergens een hendeltje vlak naast de chauffeur dat de verbinding met de batterij aan- of afzet, dat Anniek ergens onbewust moet hebben aangeraakt. Een wistje-datje om nooit meer te vergeten. (Merci Fred!)

Een klein uurtje later, komen we, geheel volgens plan en zonder verdere plotwendingen aan op bij de overkant, op de bovenlip van Frankrijk dus. We doorkruisen deze landengte die in feite één groot natuurreservaat is met hier een daar een klein stadje. Eén van de redenen waarom we deze route kozen is ook omdat Anniek haar kleinkinderen hier momenteel vlakbij op surfkamp zijn. Via via -zoals dat gaat- konden we een meet-and-greet regelen met hen vandaag. De kids mogen tijdens hun vrij uurtje hun ‘oma’ bezoeken. In geen tijd staat de helft van het kamp rond de bus om een glimp op te vangen van die coole oma met haar mega-chique bus… Na de nodige fotosessies met de bende, moet Anniek net nog geen handtekeningen uitdelen en vertrekken ze terug naar hun kampplaats. Ook wij installeren ons nu verder op een camperplek vlakbij tussen voornamelijk geroutineerde surfers. Al hebben wij geen surfplank mee, maar wel een kaasplank en rode wijn.

’s Avonds mijmeren we nog wat na. Je zou het een bewogen dagje kunnen noemen, ware het niet dat het voornaamste voorval vandaag er één was van niet bewegen. Maar het is zoals ik had verwacht: met een beetje geduld en de juiste vrienden komt alles altijd goed. En als het niet goed komt, heb je nog altijd je huis bij bij de hand, en Apérol. Ik heb het nog niet helemaal uitgesproken of de natuur trakteert ons op een fenomenale Apérol-kleurige en dus feloranje avondgloed boven de uitgestrekte oceaan. Dat kan tellen als slaapmuts. Santé!

*Wie meer wil weten over Anniek haar reis ‘The Coasts of Europe’ kan haar verder volgen via haar blog www.joannesbus.blog


Ontdek meer van Vleermuys

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

5 gedachten over “Joannebus”

Laat hier een reactie na