Na bijna 5 jaar hondenweides te frequenteren kan ik het officieel bevestigen: honden lijken op hun baasje. Ik heb verschillende varianten gezien: oudere dames met grijze permanente, perfect assorti met de witte poedel-look van hun kleine keffer, chihuahua’s in haute-couture jasjes die mij grommend aankeken van op de schoot van vals poezelige miss Hiltons, een Samsonachtig beestje dat geen hand voor zijn ogen zag door zijn slecht onderhouden coiffure en dus blindelings werd vooruitgetrokken door een dikbuikige man met al even warrig kapsel. Het is dus puur uit ervaring, maar als ik nu in de hondenweide een slanke sportieve man zie staan met lang blond haar dan weet ik direct van wie die langharige Afghaanse windhond is die rondspringt alsof hij aan elastieken hangt. Maar het gaat nog veel verder dan dat. De gelijkenissen zijn niet alleen op uiterlijk vlak. Soms verdenk ik honden ervan, zo trouw te zijn, dat ze uit sympathie dezelfde kwalijke en minder kwalijke eigenschappen van hun baasje overnemen. Neem nu onze hond Lucy. Haar speelse karakter, in haar enthousiasme soms iets te botsbollig, maar goed van inborst en altijd goesting om te eten. Helemaal Filip.
Lucy -al naargelang de omstandigheden- ook wel Luss of Lussak genoemd, is een Australische herder. Ze was de laatste van een nest, door niemand gewild, omdat ze niet de typisch Australische hippe looks had, maar er eerder uitzag als een Bordercollie die te dik was. Toen was het nog babyvet, maar ondertussen is haar speklaagje eerder toe te wijzen aan blinde loyaliteit met haar baasje, ze is een sociale eter. Nooit wijkt ze van Filip zijn zijde, vooral niet als hij eet. Wat het ook is: chips, kaasjes, olijven, koekjes, aperitiefworst… Als ik er een opmerking over durf te maken, wuift Filip die meteen weg. Ter compensatie voor die beledigende woorden, geeft hij haar een stevige knuffel en noemt hij haar liefdevol ‘dikke beer.’ Het is hopeloos en tegelijk hoopgevend. Ik reken erop dat hij mij ook zo zal noemen als ik 20 kg zou bijkomen.
Maar dikke beer is momenteel een beetje depressief. Het grootste deel van de dag ligt ze erbij als een langpolig zwart-wit gevlekte vloermat. Ze kijkt met een treurige blik en doet niet eens de moeite om op te springen wanneer ik bijna over haar struikel, zelfs niet wanneer ik voorbij de koekjeskast loop. Als ik haar brokken geef, ruikt ze er eens aan, eet er een paar uit beleefdheid en laat de rest onaangeroerd.
Een opmerkelijke gedragsverandering met hoe het normaal gaat: iets voor 18u -ja ze kan de klok lezen- gaat ze bij haar eetbak zitten. Vandaar observeert ze Filip minutieus. Op het moment dat hij zich in de richting van de berging beweegt, gaat ze op vier poten staan. Dan weet ze dat het bijna zover is, maar 100% zeker is ze nog niet. Dus blijft ze onbeweeglijk stil zodat ze zich optimaal kan concentreren op wat ze hoort en ruikt. Pas wanneer ze het geluid van de brokken hoort, waarin Filip graait met de maatbeker, en de onzichtbare geurslierten van het hondenvoer haar neus bereiken, begint haar staart te bewegen. Geen zenuwachtig gekwispel, maar een rustig heen en weer waaien met haar pluimstaart. Als Filip dan de brokken in het bakje giet, begint ze onmiddellijk gretig te eten, dankbaar en met zoveel smaak en gesmek, dat je spijt hebt dat je zelf geen zo’n bakje kreeg.
Niets van dat dus gisterenavond. Deze morgen bij het opstaan, zie ik dat haar bak nog niet leeg is. De hele nacht zijn die brokken blijven liggen. Zelfs met de kat in de buurt, dat beest dat Lucy tolereert zolang ze maar niet in de buurt van haar eten komt. Er is duidelijk iets aan de hand en ik heb een flauw vermoeden van hoe dat komt.
Filip is door omstandigheden een paar dagen weg; even over en weer naar ons huis in Frankrijk. We bellen via Messenger om elkaar te informeren over het verloop van zijn heenreis met de TGV. Lucy zit naast mij en kijkt wat verward naar het ding in mijn hand. Ze hoort Filip zijn stem, ze hoort haar naam roepen, maar ze ziet niets dat in haar ogen op haar baasje lijkt. Ik moet hem straks vertellen over Lucy die weigert te eten, bedenk ik, maar eerst vraag ik of hij goed geslapen heeft. Dat het toch raar is, zegt hij, zo zonder hond daar, het is zo bevreemdend stil… Nog voor hij klaar is met antwoorden, springt Lucy ineens op en loopt ze in rechte lijn naar de keuken en hoor ik haar de rest van de brokken opsmikkelen, alsof de stem van Filip haar genoeg moed had gegeven om te geloven dat hij ooit nog zal terugkomen. Dus ja, ik maak me geen zorgen meer over Lucy haar depressie. Ze zal nog één nachtje weinig eten en Filip zal nog één nachtje slecht slapen en daarna komt alles goed met allebei. Want baasjes lijken op hun hond, of was het omgekeerd?
Ontdek meer van Vleermuys
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

leuk!😂
LikeGeliked door 1 persoon
Grappig en tegelijk ontroerend geschreven! Je subtiel observatievermogen blijft me telkens opnieuw verrassen 👌
LikeGeliked door 1 persoon
Ondanks het feit dat ik helemaal geen interesse laat staan enige connectie met honden voel, las ik deze morgen je blog in één adem. Hiervoor moet je over een flinke dosis schrijftalent beschikken en dat heb je in elk geval. Uitkijkend naar de volgende!
LikeGeliked door 1 persoon
Ik heb geen ervaring met honden. Dit schrijven zou een mooie column zijn in een hondentijdschrift. Mooi.
LikeGeliked door 1 persoon
Oh Lucy! Gelukkig komt haar baasje vandaag terug!
LikeGeliked door 1 persoon