Job

“In goeie en kwade dagen.” Het klinkt evident, als je trouwt, al weet je op dat moment niet wat voor kwaads dat allemaal kan zijn. En op je trouwdag lig je daar ook niet wakker van. Maar na 8 jaar ‘in de echt gehuwd’ heb ik daar nu toch al een beter zicht op. Nu weet ik dat er soorten en gradaties van bestaan. Je hebt subtiele ergernisjes, zo klein als het dopje van een tube tandpasta of zo stil als het biepje van een gsm in de nacht (van iemand die de slaapstand weer vergat te activeren!) en je hebt grootsere varianten, even dreigend als donkere wolken na een zwoele zomerdag en even verlammend als de bijhorende donderslagen.

Alles begon vorig jaar ergens, toen Filip aan de keukentafel een inventaris opstelde van zijn fysieke mankementen: twee schouderoperaties, een rugoperatie, problemen met zijn knieën, en -oh ja- we waren bijna die inspuitingen in zijn voeten vergeten. Het was een relatief eenvoudige optelsom met als enige conclusie dat hij fysiek niet meer in staat was zijn werk uit te voeren. De job, die hij al z’n hele leven deed, was ineens geen optie meer. Het was een ‘Even terug naar af’- gevoel. Een carrièreswitch drong zich op. Alsof we de kanskaart hadden getrokken in Monopoly met ‘Ga terug naar start, je ontvangt geen startgeld.’ Het was niet de beste timing. Nu de regering van plan was enkel nog zure besparingsappels uit te delen in plaats van subsidies, de ziekte-uitkeringen in te perken en de pensioenleeftijd nog wat verder op zijn rekbaarheid uit te testen. Maar we panikeerden niet. Of toch niet luidop. ‘Alles komt goed,’ zeiden we tegen elkaar en ‘Er zal wel iets uit de lucht vallen.’ Met zo’n dooddoeners probeerden we elkaar te sussen en ‘s avonds gingen we rustig slapen, of deden we toch alsof.

Tot die maandag begin februari rond 17u05. Simon kwam thuis van school. Hij gooide zijn rugzak van zijn schouder, nam een koek uit de kast en deed een schijnbaar belangeloze mededeling. Op dezelfde toon waarop hij zou zeggen ‘Ik heb een broodje gegeten deze middag,’ of ‘Ik heb vrijdag strafstudie,’ zei hij nu ‘Mijn praktijkleraar stopt.’ Filip keek me aan alsof hij getroffen werd door een bliksemschicht. Wat volgde was als de miraculeuze genezing van de lamme. Met een ongeziene souplesse voor een 50-plusser met pas aaneengezette ruggenwervels, veerde hij op uit zijn relaxzetel waarin hij al 5 weken lag te revalideren, stormde de trap op, liet zich boven neerploffen op zijn bureaustoel en begon hij driftig te tokkelen op zijn laptop. Drie dagen later zat hij op een sollicitatiegesprek en hoop en al twee uur daarna had hij een nieuw job: praktijkleraar in het VTI.

In de dagen die volgden, fluctueerde mijn gemoed, euforische en fobische gedachten wisselden elkaar af. Het was een droomjob, dat wel, en hij werd ons op een presenteerblaadje geserveerd op nog geen 800 meter van onze deur. Onze mantra ‘Er zal wel iets uit de lucht vallen’ had gewerkt! En ja, hij had tonnen ervaring uit het werkveld en ook de leefwereld van pubers was hem niet vreemd, maar zou deze vrijgevochten stielman gedijen in een schoolse omgeving, zou hij overleven op vergaderkoffie en lunchboxen, zou hij aarden in leraarskamers en speelplaatsen, zou hij overweg kunnen met opstandige pubers en met de obligate digitale tools? Mijn bezorgdheden hielden Filip niet tegen. Hij telde de dagen af en een week later vertrok hij op maandagmorgen -veel vroeger dan nodig- voor de eerste keer naar school, te voet, gewapend met alleen een rugzak met boterhammendoos.

Vorige week was het eerste oudercontact. Net zoals alle ouders had ik een afspraak gemaakt, netjes zoals het hoort via Smartschool. Alleen was dat in mijn geval niet zozeer om te weten hoe het was met mijn zoon -daarover kreeg ik nu elke avond een persoonlijk verslag- maar wel om kennis te maken met die nieuwe praktijkleraar. Om 15u45 mocht ik op audiëntie bij meneer Claeys en zijn collega. Er stonden naambordjes voor hen, zodat ik ze niet door mekaar zou halen. Ik was te laat. De wegbeschrijving naar het lokaal klopte niet. Meneer Claeys nam het me niet kwalijk, overhandigde mij Simon zijn rapport en overliep de resultaten. Heel serieus en sereen alsof we mekaar niet kenden en heel professioneel alsof hij al jaren niets anders deed. Onderweg naar huis, bedacht ik, wat een kanjer het toch was, die meneer Claeys. Moest ik er niet al mee getrouwd zijn, ik zou het zo opnieuw zeggen: ‘In goede en kwade dagen.’


Ontdek meer van Vleermuys

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

4 gedachten over “Job”

  1. Gefeliciteerd meester Claeys en wat een hartig stuk tekst om deze ochtend te mogen lezen en de koffie vrolijk pruttelt en de kasseitjes van Roubaix gretig uitzien naar het wielergeweld … een evenement dat meester Filip ook niet zal ontgaan als ex coureur 🙂

    Geliked door 1 persoon

Laat hier een reactie na