Moest er een schoonheidswedstrijd bestaan voor straten, wegen en buurten, dan zou die van ons niet eens in aanmerking komen om er ook maar aan deel te nemen. Andere straten kunnen uitpakken met een kleurrijk bloemenperkje of een rond punt met iets wat lijkt op kunst, met artistieke straatverlichting, een Mariakapelletje op een hoek of een historische gevel waar iedereen naar opkijkt. Maar niets van dat bij ons. Echt niets. Dat komt omdat we in een grijze steenweg wonen. Zo’n straat die van oorsprong niet eens bedoeld was om te wonen, maar gewoon een passagestuk was. Een rechte lijn van kerk tot kerk, een verbindingsstuk tussen twee dorpen.
Lang geleden doorkruiste deze weg waarschijnlijk nog landerijen, reed je hier met je paardenkar over een hobbelige weg langs een gracht tussen de koeienweides, passeerde je een handvol boerderijen en als je even opkeek kon je de afstand naar het volgende dorp inschatten aan de grootte van de kerktoren in de verte. Maar ondertussen is dat vergezicht dichtgebouwd. Mensen hebben nu gps-systemen om richtingen en afstanden te bepalen. Door de bebouwing gaat het ene dorp nu ook naadloos over in het andere. Alles is één grote stad geworden. Ook de steenweg zit ingemetseld in het stratenplan en heeft nu links en rechts rijwoningen met dicht op elkaar wonende mensen die -als je de muren zou wegdenken- elke nacht, hoofd aan hoofd liggen te slapen, of rug aan rug tv zitten te kijken, maar in de verste verte niet weten waar hun buur graag naar kijkt of waar de buurvrouw wel eens van wakker ligt.
Ook ik niet. Dat geef ik toe. We kozen dit huis hier in deze steenweg omdat het gerieflijk en ruim was, dicht bij het centrum, met een klein tuintje en een atelier. Maar voor de rest wisten we niets over deze buurt en dat was ook onze zorg niet. Het huis was naar de tuin gericht en de ramen aan de straatkant geblindeerd met matte folie, gordijnen en lamellen. Maar sinds een tweetal jaar is daar nu toch een kleine opening in gekomen. De ommekeer kwam er toen er ineens een briefje in onze brievenbus stak: ‘Beste buur, we nodigen je uit voor een drink.’ De flyer kwam van twee koppels uit ons stukje steenweg die hadden besloten wat actie te ondernemen en een paar keer per jaar de buren samen te brengen. Het kwam goed uit, we hadden geen andere plannen die avond en waren wel eens nieuwsgierig naar die onbekende buurmannen en -vrouwen. Van het een kwam het ander. Het bleef niet bij die ene drink, maar al gauw zat ik mee aan de vergadertafel van het buurtcomité, verzon ik een naam en een logo voor onze buurt, bedacht ik mee activiteiten, bouwden we samen in de gietende regen een tent op voor de nieuwjaarsreceptie, schreef ik een liedje voor de bakker die met pensioen ging, maakte ik affiches, tekstjes voor onze Facebookgroep, en gaandeweg leerde ik die mensen kennen, die we nu buren noemen.
We wonen hier nu ondertussen 7 jaar. Visueel is er weinig veranderd in onze straat. Er is nog steeds dezelfde ritmiek van opeenvolgende ramen, deuren en garagepoorten, als een unieke streepjescode. Alleen is de straat vandaag iets minder grijs. Steeds meer gevels raken ingekleurd met het verhaal van de mensen die er achter wonen. Het verhaal van onze overbuurvrouw en haar Afrikaanse man, die professionele Kora-speler blijkt te zijn en in de zomer wel eens repeteert in de tuin terwijl zij dan danst in traditionele klederdracht. Het verhaal van de buren waar grootmoeder, moeder en dochter samen wonen en waar ei zo na een vrouwelijk viergeslacht te vieren viel, ware het niet dat de jongste in rij van 1 week oud daar zijn (klein) stokje tussen stak. Het verhaal van de buurvrouw die een druivelaar plantte in haar geveltuintje en in het najaar geen blijf wist met haar druiven waardoor ze iedere passant smeekte a.u.b. niet voorbij te lopen zonder eerst wat druiven te plukken. Het verhaal van de hond met twee huizen en twee baasjes, die via de tuin van het ene huis naar het andere loopt. Hij heet Boston, maar luistert naar alles wat begint met ‘bos’ en dat is hij, de Boss van de straat. En Ook Lucy kent hem en maakt beleefd een weide bocht als we voorbij het raam lopen waarachter hij ligt te slapen. Het verhaal van nieuwe buren, die hier nog maar pas wonen, maar toch dankbaar bij de nieuwjaarsdrink van de partij zijn omdat ze het de beste remedie vinden tegen de anonimiteit van de stad en het verhaal van de anciens die hier al van diep in de vorige eeuw wonen en ons op de receptie vertellen over de geschiedenis van elk huis, waar vroeger een bakkerij was, de slagerij die in de wijde omstreken gekend was voor zijn gehakt, de kruidenierswinkel en de corsettewinkel…
Dus nee. Onze straat is nog steeds geen beautyqueen, maar moest er een prijs bestaan voor straat die de grootste metamorfose heeft doorgemaakt, van simpel verbindingsstuk tot woonstraat, van anonieme steenweg tot buurt waar mensen elkaar (her)kennen, dan mag die van ons wel eens in de prijzen vallen.
Ontdek meer van Vleermuys
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Heel mooi verhaal van verbinden. Mooie passage van dat net geen viergeslacht.😀
LikeGeliked door 1 persoon
Waande me effe in een “leest als een trein boek”
mooi gebaar van je om je omgeving mee te kleuren en te identificeren . Danke voor het zondagochtend koffie /lees moment.. Danke
LikeGeliked door 1 persoon
Zoveel aangenamer als je de mensen in je eigen buurt kent. In een wijk is dat vanzelfsprekend maar in de stad (of steenweg) moet je daar inderdaad actie voor ondernemen. Mooi geschreven!
LikeGeliked door 1 persoon