Maandagavond, kwart na elf ‘s avonds. Ik moet net ingedommeld zijn, als mijn wekker ineens afgaat. Hoe kan dat? Is het al morgen? Of was ik verstrooid toen ik de wekker instelde? Het zijn maar een paar dingen die je dan normaal zou bedenken. Maar ik niet, om de eenvoudige reden dat mijn hersenen nog niet wakker zijn. Het enige wat ik doe is mij machinaal oprichten en naar het ratelende ding naast me grijpen. Pas nu merk ik dat het toch niet mijn wekker is, maar een inkomende oproep die ik blindelings opneem. ‘Mama?’ Ik herken de stem van mijn oudste zoon en vraag me af waarom hij belt en niet gewoon op mijn kamerdeur komt kloppen. ‘Mama, ik zit vast in Brugge.’ Nu ben ik wakker.
Met een lange regenjas over mijn pyjama getrokken, zit ik even later achter het stuur van onze camionette, alsof ik op de vlucht ben. Het is nieuwe maan en pikdonker. De autostrade ligt er verlaten bij. Zo midden in de week om halftwaalf ‘s nachts is er bizar weinig verkeer, enkel moeders van zonen die hun laatste trein hebben gemist zijn nog op de baan. Mijn eerste emotie van daarnet is al wat overgewaaid. Eigenlijk was ik niet kwaad, al zal ik wel zo hebben geklonken aan de telefoon. Wat ik echt voelde was weerstand, puur verzet. Als een duivel in een wijwatervat heb ik me nog verweerd tegen de idee om naar Brugge te moeten rijden: is er geen taxi, een lift, een bus, een hotel? Alles leek me goed, als ik maar terug kon gaan slapen. Mijn bedpartner had zijn tussenkomst beperkt tot wat meelevend geknor. Ook van die kant moest ik geen oplossing verwachten. Er was geen andere uitweg dan opstaan en alleen door de donkere nacht te vertrekken naar Brugge.
Van zodra ik het station nader, vertraag ik. De parking ligt er donker en doods bij. In de verte zie ik een enkele figuur. Het is mijn 18-jarige zelfstandige globetrotter, helemaal alleen. ‘Een vriend op kot gaan bezoeken midden in de week? Dat mag, ‘zolang je morgen maar op tijd op school bent,’ had ik nog gezegd. Of hij nu de eerste trein ’s morgens terug nam of de laatste ‘s avonds dat mocht hij bepalen. Omdat langer opblijven leuker is dan vroeg opstaan, had hij geopteerd voor het laatste. Een verstandige beslissing, vond ik, maar dat was buiten de NMBS gerekend. Nu ik hem daar zie staan, voel ik ineens een immense opluchting dat ik hier ben, misschien nog meer dan hijzelf. Je wil ze wat vrijheid geven, maar je wil ze niet aan hun lot overlaten, vooral niet hier, in dit soort stationsbuurten. Als hij me ziet, pakt hij rustig zijn rugzak op, komt naar de auto toe en stapt in. In de veronderstelling dat hij nu de obligate belerende ergerlijke ouderlijke preek zal moeten aanhoren, steekt hij meteen zelf van wal. Maar ik ben ondertussen zo zen, na de nachtelijke rit door een verstilde wereld dat ik gewoon luister. Dat de trein van Gent een paar minuten vertraging had, en dat hij had gespurt om de overstap te halen. Toen hij samen met een handvol andere reigers, op het perron aankwam, zag hij de trein voor zijn neus wegrijden. Iedereen daar gooide spontaan zijn handen in de lucht, maar dat hielp niet, en dus lieten ze die dan maar weer traag zakken, tot in hun haar.
Woede voel ik in me opkomen. Echt. Niet tegen hem, maar tegen de NMBS. Dat er wel eens vertragingen zijn, tot daar aan toe, dat je daardoor wel eens een overstap mist, ook tot daar aan toe, maar toch niet als dat de laatste verbinding is en je reizigers aan hun lot overlaat! Gelukkig zijn er moeders, het ligt in hun natuur, ze zouden nachtenlang wakker blijven, het land doorkruisen, het wegennetwerk benutten op autoluwe momenten, tot in alle uithoeken van het land en ver daarbuiten, alleen maar om hun kroost op te pikken.
Ontdek meer van Vleermuys
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Inderdaad, alleen moeders doen dat en hopen dan toch stiekem dat de schuld niet bij hun kind ligt… Maar het zou ook anders kunnen zoals mijn kleinzoon, die onlangs ook zijn trein naar school had gemist en met de grootste overtuiging verkondigde dat “de trein 3 minuten te vroeg (!) vertrokken was…”
Een simpele “sorry mama, maar het was niet mijn schuld…” kan hier toch niet volstaan?
Laat het een troost zijn dat het besef, de appreciatie en de compensatie bij hun puber voor dit soort ongewone interventies, zeker op latere leeftijd nog komt!
LikeGeliked door 1 persoon
Zo goed weergegeven,herkenbaar!
LikeGeliked door 1 persoon
Ja als kind val je altijd terug op je moeder ,later denk je daar wel eens aan terug
LikeGeliked door 1 persoon
Mooi Iris, zo is en blijft een moeder!
LikeGeliked door 2 people
Hoe desolaat kan een “nachtelijk on the road verhaal “ aanvoelen.
Meteen denk ik aan het nummer
Brussels by night van Raymond.
Hier zou ik zo muziek op componeren… is dan ook lekker ritmisch geschreven.. mooi
LikeGeliked door 1 persoon
Mooi geschreven!!
LikeGeliked door 1 persoon