Het strand is bezaaid met rotsen, ze blinken als de ruggen van kolossale zeehonden die daar komen uitrusten. Ze liggen naast een fort dat stamt uit de zeventiende eeuw. Het werd gebouwd om de haven te beschermen en is eeuwen later door de nazi’s als gevangenis gebruikt. Dat lezen we op een infobord naast de gesloten inkompoort. Even verderop zien we ook nog de betonnen bunkers. De gedrochten liggen scheefgezakt van schaamte, half in het zand verdoken. Oorlog, het bevechten van grenzen, schieten op medemensen, niet omdat je dat zelf wil, maar omdat iemand anders dat wil, dat is niet meer van deze tijd, toch niet in Europa. De wereld is veranderd… Dat dacht ik toch, tot een paar weken geleden.
We gluren binnen in een bunker. Het is er muf en vochtig, op de muren staat graffiti en teksten. ‘Make love, not war’, naast de ingang een uitgepakte condoom. Iemand heeft de daad bij het woord gevoegd.
Categorie: Frankrijk
Kamperen
Als manager van een gezin van vier -vijf als ik de hond meetel- heb je na afloop van een schooljaar wel eens nood aan vakantie. Enige nadeel is dat een vakantie enkel kan plaats vinden als je erin slaagt die zelf nog met je laatste krachten te organiseren. Vergelijk het met een bedrijf dat gaat verhuizen: als manager sta je eerst in voor alle voorbereidingen achter de schermen, een geschikte locatie zoeken die betaalbaar is, de medewerkers inlichten, de verhuis praktisch uitwerken, instructies geven over wanneer iedereen moet verhuizen, hen informeren wat ze moeten inpakken, liefst op een lijstje met duidelijke deadlines erbij en tussen dat alles door vragen beantwoorden van het ongerust personeel waar je zelf ook het antwoord niet op weet. Datzelfde gevoel heb ik een beetje als wij met ons gezin op vakantie vertrekken.
Meer lezen over KamperenSouvenir
Hij slenterde in teenslippers rond zijn zwembad, streek de lange blonde haren uit zijn ogen en offreerde mij verlegen een fris pintje uit de buitenbar. Ik was op vakantie in de Ardèche en door een gemeenschappelijke vriendin even te gast in zijn huis. Het stond op de helling van een berg, op drie kwartier rijden van de bewoonde wereld. Het moest zijn doordat hij zo afgelegen woonde, dat deze adonis nog beschikbaar was, dacht ik. De kans dat hij van straat geraakte in een dorp met 143 inwoners met een gemiddelde leeftijd van 70 lentes, was klein. En dat hij maar zes woorden Frans kende, was ook niet zo praktisch.
En toch! Zijn Franse buurvrouw had hem al proberen versieren met potten ingelegde tomaten en kweeperen-gelei. Het was gelukkig zijn smaak niet. Ze was une vraie Ardèchoise, ze gaf niet op. Om de haverklap stond ze op zijn terras met een nieuwe oogst. Ze had hem maar wat graag haar geheime receptjes in zijn oor gefluisterd ’s nachts. Zelfs de burgemeester had een oogje op hem. Hij noemde hem ‘le Belge’ en sprak het uit alsof het een koosnaampje was. Daardoor genoot hij wat privileges. Hij was de enige die het zwembad mocht vullen als er wegens wekenlange droogte een algemeen sproeiverbod was afgekondigd. Zelfs die keer toen hij de hele bergwand per ongeluk in brand stak, omdat hij het snoeiafval wat onzorgvuldig had willen opstoken… De burgemeester kneep een oogje dicht en hoopte dat ‘le Belge’ zijn knipoog zou opmerken. En de buurvrouw, zij hielp blussen, en lachte zijn onhandigheidje liefkozend weg. Dat er één van haar kostbaarste kastanjebomen sneuvelde was een liefdesoffer.
Helaas voor haar en voor de burgemeester, het heeft niet mogen zijn. Ik liep in de weg die zomer. Alsof het even om hoek was, bood hij een lift aan van 900 km naar mijn huis. Nauwelijks twee weken later, ruilde hij zijn zomerse paradijs in voor een leven met mij in België. In Vlaanderen dan nog, dat land van beton, waar we zo dicht opeengepakt wonen en waar het zo vaak bewolkt is dat je iemand kan wijsmaken dat het één overdekte stad is. Dat hij goed gek moest zijn, dat was dus meteen duidelijk. Maar dat het geen bevlieging was, is nu na vijf jaar ook wel duidelijk.
Filip, hij is de leukste souvenir die ik ooit meebracht van op reis.
Bergwandeling
Typerend voor nieuw samengestelde gezinnen is dat zij veel spullen in het dubbel hebben. Spullen die overbodig zijn, die enkel een functie hadden in het vorig leven, maar waar één van de partners maar geen afscheid van kan nemen. Het kan variëren van meerdere tv’s, een overtollig bankstel, Senseo’s in verschillende kleuren, tot in ons geval gewoonweg een extra huis. Door een toevallige speling van het lot staat dat dan ook nog eens op een verlaten berg in de Ardèche.
Een extra huis, het is soms wel wat gedoe en geregel. Over en weer gehots met meubelen, werkvakanties om het te onderhouden, boterhammen met choco eten om de taxen te kunnen betalen, gevloek op logge Franse instanties, … Maar ik geef toe, in de zomer, met mijn benen bungelend in het zwembad en een glas cava in mijn handen, ben ik dat allemaal vergeten. Ik kan me zelfs niet eens meer herinneren wat ik nu juist bedoelde met ‘gedoe en geregel’. In de zomer hoor je mij niet klagen.
Wie ook niet klaagt zijn onze Belgische vrienden. Ze mogen op bezoek komen op één voorwaarde, zeg ik altijd : ‘iedereen moet doen alsof hij thuis is’. Als ik het zo formuleer, knikt iedereen enthousiast, weet ik. Tot ze erachter komen dat ik er mee bedoel dat ze zelf moeten koken, afwassen en boodschappen doen. Gastvrouw spelen is niet mijn grootste kwaliteit. En hoewel ik bij voorbaat gediskwalificeerd zou zijn voor een deelname aan ‘met vier in bed’, toch blijven ze komen!
Bovenop al die gastvrijheid, bezorgen we hen dit jaar ook nog wat animatie: disco-zwemmen, privé-concertjes en een avontuurlijke wandeling naar de top van een berg. Dat je best goede wandelschoenen en een lange broek aantrekt, is zo evident dat we het vergeten te vermelden.
De wandeling is geen toeristisch platgelopen route, want dat is wat toeristen willen, een unieke beleving. Er zijn zelfs geen markeringen of pijltjes. Maar Filip die in zijn vorig leven een Pyrineese berghond moet geweest zijn, weet zich feilloos te oriënteren in dit labyrinth van hellingen. Ik heb er alle vertrouwen in. Uit ervaring weet ik dat hij ten laatste rond etenstijd zijn weg naar huis terug ruikt.
Het eerste stukje is een makkie. Als er al iemand buiten adem geraakt is het omdat hij of (meestal) zij, te veel babbelt. Daarna is het al iets intenser en moeten we langs en over een bergriviertje omhoog klimmen. Iedereen klautert dapper mee. Zelfs degene met gladde schoenzolen én degene die een nauw aansluitende rok aantrok als wandeloutfit, zo’n rok biedt wel een uitstekende bescherming tegen de bramen, maar is dan weer niet zo handig om te klimmen.
Als we na de glibberige klim uitkomen op een open grasvlakte beleeft één van de dames een euforisch momentje : ze begint de sound of music te zingen met de bijhorende rondedans (voor wie de film niet kent, dat is rond je eigen as draaien, met je armen wijd open terwijl je naar de lucht kijkt). De andere wandelgenoten zijn nog alert genoeg om te voorkomen dat haar dansvoetjes neerkomen in een hoopje schapenmest.
De volgende hindernis is de elektrische omheining, bedoeld om schapen bijeen te houden, waar iedereen overheen moet. Eén iemand blijft even haperen, maar de schade blijft beperkt.
Nu komt de steile helling, dik begroeid met varens, waardoor je niet ziet waar je voeten neerkomen. De varens zijn hoog genoeg om er iemand in kwijt te geraken. Maar alles verloopt vlotjes, het on-gedierte dat zich vermoedelijk schuil houdt onder de varens, zorgt niet voor enig oponthoud. De everzwijnen, slangen en ratten moeten op de vlucht zijn geslagen door de luidruchtige bende. Iedereen komt ongeschonden uit het varenveld gekropen. We spreken onze gasten even wat moed in, nu enkel nog dat laatste stuk : een kuitenbijter op het middaguur in de vlakke zon. Door het zicht op de bergtop, het eindpunt, houdt iedereen het vol.
Met z’n allen bereiken we de top!
Tot onze verbazing is er weinig euforie. Het uitzicht is nochtans adembenemend. Maar er wordt niet veel gezegd. Nu is het tijd voor de fles cava die Filip de hele weg had meegezeuld, gekoeld en al! Het zou ons zeker 5 bedjes opleveren! Maar de vrienden reageren even koel als de cava. Misschien hadden we de fles pas moeten ontkurken na de afdaling. Want we merken dat ze zich allemaal staan zorgen te maken hoe ze ooit nog beneden geraken. Afdalen is een stuk moeilijker dan klimmen.
De eindbalans: een verzwikte voet, geschaafde benen, angst voor varens en de relatieve zekerheid dat ze nooit nog mee gaan wandelen met ons. En of ze ooit nog op vakantie komen, dat zien we volgend jaar dan wel weer.
Kerst
Moeten wij echt mee naar Frankrijk, waar alle huizen bouwvallig lijken en de wifi traag? De jongens hebben er niet echt veel zin in. We doen geen poging hen gerust te stellen door te beloven dat het er supergezellig zal zijn, dat we kerstavond zullen vieren met cadeautjes bij het haardvuur, dat we gezelschapsspelletjes zullen spelen en biljarten in de men’s cave.
In plaats daarvan kiezen we ervoor hun rampscenario aan te dikken : dat we er onze eigen kamp Waes zullen organiseren, een echte bootcamp, waar ze alleen zullen overleven mits discipline en fysieke inspanningen : boswandelingen in het donker, everzwijnen jagen om niet uit te hongeren, hout kappen om warm te blijven, … En alsof dat niet genoeg is als sfeerschepping, bespreken Filip en ik opzettelijk luid dat we hopen dat de mazoutketel nog gevuld zal zijn, want dat er anders geen chauffage of warm water zal zijn…
Als de verwachtingen minimaal zijn, kan de werkelijkheid alleen maar meevallen, is onze strategie.
We zijn nog mild, want we spreken niet eens over de Wifi, waarvan we nooit zeker zijn dat die zal werken. Maar dat is natuurlijk wel het eerste wat uitgetest wordt als we aankomen. Nog voor de auto is uitgeladen, valt het verdict en wordt bevestigd wat we niet eens hadden durven uitspreken. Geen Wifi !
Het noodnummer naar Orange voor dergelijke kritieke situaties, blijkt niet te werken vanuit een Belgische mobiel nummer en de zelfhulp-website is ook geen oplossing zonder wifi.
Morgen moeten we toch naar de stad om boodschappen te doen, dus zullen we dan ondertussen ook naar de Orange-shop gaan, beloven we. Zo wreed zijn we niet.
Het is ontzettend druk in de Wifi-winkel. Een wirwar van klanten en medewerkers. Een lokale lotgenoot expliceert het systeem: je moet eerst aanschuiven bij die onthaalmedewerker die je dan zal doorverwijzen naar één van de andere medewerkers. Eens het onze beurt is onthaald te worden, blijven we daar helaas steken. De Orange-man wijst ons erop dat hij niets kan doen, we hadden onze wifibox moeten meebrengen en die zouden ze dan kunnen testen.
Gelukkig heeft onze bergrit van drie kwartier, ook nog een ander doel gediend: boodschappen doen. In de supermarkt ben ik er niet helemaal bij met mijn gedachten. Ik moet tot 3 keer toe van de kassa naar de groentenafdeling terug sprinten om groenten te gaan wegen waarvan ik dacht dat ze per stuk werden verkocht. Eerst de uien, ja dat had ik moeten weten. Dan het potje olijven ‘en vrac’, wat evenveel betekent als ‘deze moet je wegen!’ weet ik nu. Maar dan ook nog dat kleine rode pepertje? Komaan daar past niet eens zo’n prijssticker op ! Terwijl ik mijn estafette zo snel mogelijk probeer af te werken, moet mijn mannelijk gezelschap zichtbaar gegeneerd de geërgerde blikken doorstaan van de klanten, die zo onfortuinlijk waren geweest onze rij te kiezen. Een vernedering die mijn mannen zonder excuses moeten ondergaan, gezien hun Frans te kort schiet om verontschuldigingen te formuleren dat kassa’s in België uitgerust zijn met een weegschaaltje.
De volgende dag maken we opnieuw een gezinsuitstap naar Aubenas, de stad van de Orange-shop. Die blijkt ook in de winter te sluiten tijdens de siësta. Noodgedwongen maken we een stadswandeling en ontdekken een echte kerstmarkt, met plastieken schaatspiste (!), die we niet durven uitproberen. Klokslag 14u staan we voor de Orange-winkel. We zijn de eerste klanten en zelfs zonder het onthaal te passeren, mogen we meteen een echte medewerker spreken. Met enige trots toveren we de wifi-box tevoorschijn waar we al de hele kerstmarkt mee rondsjouwen.
Deze medewerker is niet onder de indruk en heeft nauwelijks oog voor het ding. In plaats daarvan doet hij dat waar ik bij ons eerste bezoek had op gehoopt: Hij zoekt onze gegevens op in de computer, maakt weliswaar even een pijnlijke grimas als hij hoort in welke uithoek we wonen, maar belt dan een technieker op die van op afstand onze lijn kan testen. We zijn niet echt verrast als zijn conclusie is dat die niet werkt. Maar er wordt meteen afspraak geregeld met een technieker die ter plaatse zal komen, maar dat kan pas na kerstdag natuurlijk. Ik ben oprecht verrast over zo veel Franse efficiënte in slechts enkele minuten.
We pakken onze wifibox, waar niemand had naar omgekeken, liefdevol in en keren terug naar onze afgelegen kerststal.
Tot mijn genoegen keken de kids uit naar kerstavond. Vooraf in België kocht ik voor elk van mijn mannen een cadeautje. Ook had ik de laatste dag thuis de jongens wat geld toegestopt en op pad gestuurd om ook voor mij een kleinigheid te gaan kopen. Soms moet je als moeder wat creatief zijn om in je eigen behoeften te voorzien.
Om grote ontgoochelingen te voorkomen, had ik wel meermaals gemeld dat het een ‘klein’ cadeautje was, en met ‘klein’ bedoelde ik niet het formaat, maar de prijs, voor het geval ze dan zouden gaan fantaseren over een Iphone. Mijn strategie had gewerkt, de cadeautjes vallen in de smaak, nu nog de kerstmenu.
Gourmet, ideaal voor kerstavond, vooral omdat er weinig voorbereiding aan is. Filip had me verzekerd dat de nodige logistiek aanwezig was. Mijn aandeel bestaat er alleen uit wat groenten te snijden en pannekoekendeeg te maken, voor het dessert. Maar het gourmet-stel blijkt eerder een soort kruising te zijn van een elektrische BBQ en een broodrooster. Het lukt nog om ons vlees te roosteren op de plaat, maar de bijhorende pannetjes, waarin ik had gehoopt die pannekoekjes te bakken, passen alleen ónder die grillplaat. Gelukkig zijn er nog de kerstkroketten, die ik was vergeten te bakken vooraf, waardoor we tegen het eind van het eten toch elk nog een paar kroketten kunnen eten bij wijze van dessert. Ja, wat mij betreft, kerstmenu geslaagd.
Op kerstdag maken we een wandeling onder een zalig zonnetje in de hoge bergen, waarmee we een letterlijke invulling geven aan de zalige hoogdag. Na wat stevig klimmen en klauteren langs een bergriviertje, aperitieven we boven op de berg onder een staalblauwe hemel. Ook de jongens weten de wandeling, de uitzichten, de meegezeulde aperitiefhapjes te appreciëren.
Bij een afdaling op een moerassige grasveld, gaan Filip en kort daarna Mattis onderuit. Ze hebben zich niet bezeerd maar moeten de wandeling verder met een natte modderbroek. Schoorvoetend bekennen ze (allebei !) dat het grootste probleem nog is dat dit hun enige broek is die ze mee hebben naar Frankrijk. Dat ze dit allebei voor hebben, heeft niets met toeval te maken, maar wel met het feit dat ik bij het inpakken voor de eerste keer geweigerd had iedereen zijn valies te gaan maken…
Tweede kerstdag heeft veel weg van een eigentijdse replica van het kerstverhaal. Opgekleed in ondertussen fris gewassen kleren wachten de jongens in spanning het bijzonder bezoek af. De opluchting is groot als ze hen halfweg de voormiddag in de verte de berg zien op komen : de wijzen uit het oosten, hopelijk ook beladen met geschenken: goud, wifi en mirre.
De technische dienst van Orange heeft duidelijk de grote middelen ingezet. Ze zijn met een grote vrachtwagen met kraan en al en zelfs met twee man! Voor het geval één van beide een flauwte krijgt, wegens niet goed verteerde kerstmenu, vermoed ik. Tegen mijn beperkte verwachtingen in, is het probleem miraculeus snel opgelost. De kraan en de camion blijken overbodig voor een stopcontactje dat een slecht contactje geeft…
De volgende dagen verlopen rustig. De kids maken draadloos contact met hun vriendjes in de bewoonde wereld, ik kan me volop gooien op deze blog en Filip, geveld door rugpijn na zijn slippertje in de bergen, doet krampachtige pogingen zich rustig te houden. De weergoden zorgen gelukkig voor bijpassend druilerig weer, zodat we ons tenminste niet schuldig hoeven te voelen bij zoveel passieve inspanningen.
Autorit
Echtelijke ruzies, het waren er gelukkig nog niet veel, maar 90% ervan vond plaats in de auto en waren altijd gerelateerd aan het autorijden. Over te traag of te snel, te dichtbij of te veraf, te links of te rechts, over het verschil tussen bemoeien en waarschuwen, over de manier van remmen en schakelen, de radio te luid of te stil, de navigatie instellen en niet volgen….
Ongelooflijk hoeveel discussie-materiaal er zich bevindt in die beperkte ruimte van een auto !
Ondertussen zijn we allebei al vertrouwd met de risico’s van een autorit maar gewapend met wat humor en een paar auto-survival-truken doorstaan we elke trip.
Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik toch nog altijd wat zenuwachtig ben als er weer een 10-uren-rit naar de Ardèche op het programma staat.
Het moment van vertrek! Ik loop meestal het huis nog rond als een kip zonder kop, probeer me te focussen op wat niet mag vergeten worden : de frigo-spullen, de toiletzak, de laders van de gsm,…. terwijl Filip al ongeduldig achter het stuur zit te wachten.
Er zit niets anders op dan alles los te laten en mij vast te klikken in de passagierszetel. Vanaf dan ‘moet’ of beter ‘mag’ ik in principe niets meer doen. Dat wil zeggen, niet helpen remmen, niet helpen meekijken in de spiegels bij het voorbijsteken, geen advies geven over het schakelen, er niet helpen aan herinneren ruitenwissers of lichten aan te steken ….. Vermoeiend lastig, kan dat soms zijn, niets doen!
Ten voordele van ons huwelijksgeluk, heb ik al veel strategieën ontwikkeld, om de omliggende verkeerssituatie, de rijstijl en de route zelf, zo veel mogelijk te negeren.
Ik begin meestal met het afwerken van mijn ochtendtoilette, gezien ik daar thuis geen tijd meer voor had. De behoorlijk grote spiegel van de zonneklep komt daarbij goed van pas: haar kammen, ogen maquilleren, bril vervangen door lenzen… Zo kom ik toch een beetje fatsoenlijk voor de dag, vanachter mijn raam, voor de passerende chauffeurs.
Ja, dat is nog een favoriete bezigheid : sightseeing of gluren bij de buren! In de auto’s die we voorbijsteken, en vooral ook als we stil staan aan de lichten of in de file. Waar zijn mijn lotgenoten mee bezig? Zijn ze geamuseerd aan het babbelen of wijzen die gesticulerende armen op een auto-discussie ? Soms voelen mensen als je hen aanstaart, en moet ik gegeneerd mijn blik afwenden, als ze dan per ongeluk ook terug kijken.
Lezen! Nog een perfecte activiteit tijdens lange autoritten! Thuis word ik vaak afgeleid van het verhaal door stemmen in mijn hoofd die me herinneren dat de vaatwasser nog moet geleegd worden, de droogkast gevuld, de trap gestofzuigd…. maar daar heb ik in de auto totaal geen last van! De stemmen weten niets te verzinnen, er is toch niets anders te doen!
‘Slapen’ is uiteraard de beste remedie tegen autostress. Wat Filip betreft, mijn meest doeltreffende strategie. Het toeval wil dat ik een expert ben in tukjes doen. Dat lukt voor mij ook perfect in een auto. Enige voorwaarde is dat ik mijn ogen afdek zodat het donker lijkt. Daarom heb ik altijd een sjaal bij de hand. Als een slaapje zich opdringt, leg ik die op mijn ogen en maak hem dan vast achter mijn hoofd. Want in een schokkende, soms wat onverwachts weg en weer wiegende auto (waarmee ik geen kritiek wil uiten op mijn chauffeur uiteraard !) kan de sjaal niet naar beneden zakken over mijn neus of mond en geraak ik niet ongewild in ademnood tijdens mijn slaap.
Ik neem het er maar bij dat het wel een vreemd zicht moet zijn voor de passanten. Ik zou ook mijn bedenkingen hebben als ik een camionette zie passeren met naast de chauffeur een geblinddoekte vrouw. Maar tot nu toe werden we nog nooit aan de kant gezet door een controle-patrouille.
Gelukkig maar, want het zijn onze beste auto-momenten. Mijn chauffeur kan ongestoord zijn ding doen, terwijl ik lig te dromen van onze eindbestemming.
Al bij al kan ik toch maar weer mooi van geluk spreken. Zoveel problemen zijn er niet in de wereld die je kan oplossen door gewoonweg te slapen.
Vakantie
Als mijn grootste zorgen zijn, welke kleur nagellak er matcht bij mijn bikini, op de hoeveelste pagina ik was beland in mijn boek, of er nog een nieuw laagje zonnecrème nodig is, en vanaf hoe laat een aperitief is toegelaten, dan is het vakantie.
Vanuit de ligzetel naast het zwembad kijk ik uit op de zijgevel van ons zomerhuis. Daar hangt een groot uurwerk, zo één als op een kerktoren, een grote metalen wijzerplaat met gouden Romeinse cijfers. Alleen de wijzers ontbreken, die hebben de val niet overleefd, toen de klok een tijd geleden door een herfstige rukwind terecht kwam op de oprit. Het metalen geval was gelukkig net naast de geparkeerde auto’s terecht gekomen. Sindsdien is er dus enkel nog de wijzerplaat zonder wijzers en staat de tijd hier stil. Geen klokken, wekkers, kalenders of deadlines. Alleen een zee van tijd waarin ik me laat drijven… en onderdompel in de zalige stilte.
En stilte is er in overvloed, met daartussen het getjirp van krekels, het ruisen van bomen, het gezellig gekakel van kippen bij de buren, het zacht geklots van het water in de skimmers van het zwembad, en sporadisch in de verte een auto die vanuit het dal in moeizame bochten de berg omhoog klautert.
Zelfs de meegereisde vrienden zijn geen storende factor. Ze liggen of hangen rond het zwembad of op het schaduwterras, en houden zich in stilte bezig, alsof we op gezamenlijke stilte-retraite zijn in één of andere Indische ashram.
Om in de oosterse sfeer te blijven geef ik af en toe eens yoga. ‘Af en toe’ dat is op die dagen waarop ik geen hoofdpijn heb van de apero’s de dag ervoor. Dat is zo gemiddeld om de twee dagen. Enkel de dames doen mee. De mannen blijven op een veilige afstand, maar dicht genoeg om onze ongewone poses gade te slaan. Als we dichtgeplooid zitten, in een houding waarin we in een doosje zouden passen, worden we met ons zesde zintuig gewaar dat één van de mannen nadert. Zelfs met onze ogen dicht, voelen we de cameralens inzoomen. Maar zen als we zijn, berusten we vredig in ons lot heel waarschijnlijk vereeuwigd te worden met te veel decolleté, bilspleten en huidplooien.
Bij een stilte-retraite horen ook wandelingen. We wandelen langs velden, bossen en koeien en arriveren in het dichtst bij gelegen dorp. Een paar huizen, de onvermijdelijke ‘salle polyvalente’ zoals in elk dorp hier, een kerkje en een cafeetje waar we een pitstop houden. Specialiteit blijkt sangria te zijn. Al lijkt die verdacht veel op gluhwein, opgeleukt met wat zomerfruit. Het zijn blijkbaar niet alleen de zalen die hier polyvalent zijn. Er is een bijhorende dagschotel. We beslissen dat we na onze wandeling best honger mogen hebben. Even later zitten we elk boven een bord verse paella : gele rijst met wat uitgeputte mossels, vergezeld van een koppel langoustine’s, die zo te zien ook last hadden van de hitte. Om de droge mossels wat vlotter door te spoelen, worden we een extra kan koude gluhwein geoffreerd. Bij het afrekenen, laat de eigenaar ons niet vertrekken, zonder ons ook nog eens een elexir van het huis aan te bieden als digestief. Hij is duidelijk niet gerust in de verteerbaarheid van zijn Spaanse menu.
De wandeling terug verloopt nu iets luidruchtiger. De koeien staren ons dwaas aan. Al denken zij van ons vermoedelijk hetzelfde. Maar we vinden het huis zonder problemen terug en ook het zwembad is er gelukkig nog steeds voor een verfrissende duik.
Ik dobber rond op de luchtmatras in de vorm van een mega Magnum rosé fles die ligt te koelen in het water. Op het wateroppervlak merk ik de insecten op die aan de verdrinkingsdood proberen te ontsnappen. Genereus als ik ben, maak ik een einde aan hun doodsstrijd, en duw hen lang genoeg kopje onder. Nu ze niet meer bewegen lijkt het me gemakkelijker ze uit het zwembad te vissen. Dat is de taak van één van de vrienden die het handigst is met het visnetje .
Zo heeft elk zijn bijdrage aan de groep. Er zijn er die altijd overdreven veel drank meebrengen waardoor we geen dorst lijden, er zijn er met een spotify abonnement waarvan we mee mogen profiteren, er zijn er die zeer bedreven zijn in de vaatwasser vullen, en er zijn er ook die wel eens liever niets doen, maar die dragen dan weer het spreekwoordelijke zieltje bij, voor die extra vreugde.
Eén groot nadeel van die verheerlijkte rust en afgelegen stilte van ons stekje, is wel dat je om de zoveel dagen toch een paar kilometers misselijkmakende bochten moet overleven, wil je de bewoonde wereld nog eens bereiken. De graad van wagenziekte is sterk afhankelijk van het testosterongehalte van de chauffeur. Maar evengoed van de plaats die je kan veroveren in de auto. In één van de auto’s in ons wagenpark is er zelfs een massage-zetel! Met knoppen op het flashy dashboard kan je de intensiteit en de plaats van de massage instellen. Begrijpelijk dat er al eens wat gekibbel in de roedel ontstaat voor die luxueuze passagierszetel. Als je het gevecht niet hebt gewonnen, zit er niets anders op, dan vanop de achterbank met een kerende maag, ook nog eens de genotskreetjes van de rivale te moeten aanhoren.
Als je dan na zo’n tweederangsrit terug aankomt in het zomerhuis, kan je alleen maar hopen dat het al tijd is voor een aperitief. Tegen dat je maag weer in de juiste positie ligt, zijn meestal ook de plooien gladgestreken. In die avond-uren ruilen we dan de stilte in voor een Spotify-playlist. De ingeslagen levensmiddelen worden op de BBQ gegooid en alcohol en avondverlichting verlichten de zeden.
Mijn enige zorg is nu nog dat ik de tel niet mag kwijtraken van het aantal apero’s… maar gelukkig zijn er zelfs vrienden die dat helpen bijhouden. Op zo’n moment kijk ik tevreden rond en besef dat ik ze goed gekozen heb die bende vrienden….
Het is altijd een beetje vakantie waar de vrienden zijn.
