Social distance

Het veroorzaakt heel wat verwarring die ‘hou-afstand-maatregel’. Dat ondervonden wij zondag tijdens een wandeling. Het resulteerde in een bizarre confrontatie, terwijl we alleen maar die andere ‘blijf-bewegen-maatregel’ probeerden op te volgen en we gehoorzaam binnen de stadsgrenzen bleven !

Voor we vertrokken, overliepen we zoals gewoonlijk nog even of we alles bij hadden? Normaal is dat het moment waarop Filip zijn portefeuille nog moet zoeken. Maar deze keer was dat voor niets nodig.  De corona-crisis bespaart ons geld én tijd. Sneller dan verwacht stonden we dus buiten en namen we onze wandelhouding aan: Filip zijn arm over mijn schouder en ik mijn arm rond zijn middel.

De wandelroute hadden we niet vooraf uitgestippeld, maar verliep richting buikgevoel, afwisselend mijn buik en die van hem.  Maar we meden plichtsbewust de straten en voetpaden met te veel volk om maximale social distance te kunnen bewaren. We moesten er zelfs een paar keer de straat voor over steken of onze koers van richting wijzigen omdat we zeker geen gevaar wilden vormen voor de wandelende stadsgenoten.

We zijn gewoontedieren en merkten dat de route die zich als vanzelf ontspon, ook langs de huizen liep van enkele vrienden. We belden natuurlijk niet aan, maar hielden een minuut stilte voor hun voordeur…. Die stilte was er vooral om zeker te zijn dat ze ons niet zouden horen. We wilden hen niet in de verleiding brengen de deur te openen.

We wandelden dus eenzaam verder zoals het hoort in deze tijden. Een paar keer lieten we ons beetnemen door dat plagerige lente-gevoel. Eerst puffend onze jas uitdoen die ineens veel te warm leek, en van zodra we de hoek om waren, konden we die niet snel genoeg weer aantrekken om die ijzige wind af te houden. Maar voor de rest genoten we vooral van die blauwe zomerlucht, de stilte, het weinig verkeer…. Er leek zelfs even niets aan de hand met deze wereld.

Tot we op de terugweg naar huis toch een zeldzame auto zagen naderen. Die begon zwaar naar ons te toeteren. Wij dachten nog, ha, iemand die we kennen! In tijden van sociaal isolement werkt dat extra opwindend, merkten we.  We bogen ons lachend voorover en probeerden te zien wie de chauffeur was, die we veilig achter glas zouden begroeten. We waren wat ontgoocheld. Het bleek een ons onbekende dame te zijn, die dan nog niet eens zo vriendelijk naar ons keek. Ze zat met kwade blik met haar hoofd te schudden en heftig met haar vinger heen en weer te zwaaien. Het had iets van de wijzer van een metronoom op een snelheid van 95, schat ik.

Wij keken haar en haar vinger verbaasd aan en richtten ons dan snel even naar elkaar toe om te zien of de andere er wel iets van had begrepen. Maar het vraagteken op Filip zijn gezicht was even groot als dat in mijn hoofd. Dus bogen we ons terug naar de auto voor meer uitleg, maar zagen dat die ondertussen gewoon verder was gereden. We draaiden ons snel om, om hem nog te zien. De dame had ons waarschijnlijk nog steeds in het oog via haar achteruitkijkspiegel, want ze toeterde opnieuw, nu nog heftiger, kwader en zo mogelijk nog luider, om duidelijk te maken dat ze het wel tegen ons had.

We willen haar nog naroepen dat we een koppel waren, dat we al 3 jaar getrouwd waren, dat we elke nacht samen sliepen. Misschien hadden we moeten zwaaien met onze trouwringen, want ons trouwboekje hadden we niet bij natuurlijk….
maar ze was al te ver.

We stonden wat ontredderd en onzeker rond te kijken en verwachtten nu elk moment dat er een politie-patrouille op ons zou afgestuurd worden. Toen we niet meteen iets speciaals opmerkten, stapten we uiteindelijk moedig maar voorzichtig verder.

Onze verklaring voor dit voorval kwam pas nadien. Die dame was niet correct geïnformeerd. Misschien had haar man haar handig wijs gemaakt dat ook koppels anderhalve meter afstand moesten houden? Ik zou daarom willen vragen aan de nieuwslezers vanavond die maatregel nog eens te verduidelijken. Dat die niet geldt voor gezinnen en koppels, dat omhelzen en kussen nog mag, ook op straat. Maar alleen met je eigen partner, natuurlijk!

Ik hoop zo toch te kunnen voorkomen dat koppels straks hun koppel-zijn gaan moeten bewijzen? Straks moeten we nog een symbool op onze jas gaan naaien… een hartje… om zeker te zijn niet opgepakt te worden tijdens een zondagse wandeling!

***

PS: Voor het geval het zo ver zou komen … de vilten hartjes op de foto hierboven kon je kopen bij AliExpress maar werden vermoedelijk reeds massaal gehamsterd door de Chinezen, want ze zijn niet meer voorradig….

Crisis

Dat er een onbewuste doodsangst aan de basis ligt van al het menselijke gedrag? Die psycho-analytische theorie moeten we toch eens herbekijken. Want in deze corona-tijden is mij iets raars opgevallen. Ik meen zelfs te kunnen besluiten dat niet ‘dood gaan’ de grootste angst is van mensen!

Er bestaat blijkbaar een andere diepmenselijke angst die nog groter is: De angst voor een vuile poep! Het doemscenario te moeten leven zonder WC-papier! Je zou denken dat mensen in tijden van virale dreiging massaal vitamine C inslaan om hun immuunsysteem op te krikken? Maar nee! Het is moeilijk te vatten, maar het is de rayon van kakpapier die eerst wordt geplunderd!

En ja, ik kan er ergens wel inkomen. Als het je overkomt is het pijnlijk gênant. Dat moment dat je blik pas te laat valt op dat naakte wc-rolletje… ! Eerst probeer je nog paniekerig alle hoeken en kanten van het toilet te onderzoeken, wat behoorlijk ongemakkelijk kan zijn vanuit een zittende positie. Maar je hebt er die rugtorsies voor over, je weet maar nooit dat er misschien een stukje rol achter de toiletpot is gerold? Pas als je een paar keer met eigen ogen hebt vastgesteld dat er werkelijk nergens nog een blaadje te plukken valt, dringt het tot je door… .

Weinig situaties waar je je zo hulpeloos en afhankelijk voelt van een welwillende medemens. In het beste geval heb je je GSM bij de hand en kan je een noodkreet WhatsAppen naar een huisgenoot. Of er please iemand een papiervoorraadje kan binnen rollen? Je kan alleen maar hopen dat er niemand met jou nog een eitje te pellen heeft en misbruik maakt van je penibele positie.

Maar wat zijn de opties als er niemand thuis is? Wat doe je dan? Met een vuil poepgat naar de kelder lopen? En doe je dat dan met je broek aan? Of best zonder ? Een dilemma waar je wel eventjes over kan doen, zo alleen gekluisterd aan de WC-pot. Om er zo snel mogelijk uit te geraken, denk je op dat moment best nog niet na over je lot als je straks zou vast stellen dat ook de voorraad is opgebruikt.

Ik begin te vermoeden dat dit het doemscenario is waarvoor de doorsnee-medeburger panisch is. De angst moet al enkele generaties diepgeworteld zitten in het DNA van onze moderne luxemens. De oermens kon zich tenminste nog bedienen van die onuitputtelijke voorraad boomblaadjes, waarmee hij door de natuur rijkelijk werd beloond in ruil voor het mesthoopje dat hij net had geschonken. Het was in feite een wisselwerking, een win-win, een pact. Maar dat pact is verbroken! De natuur kiest ervoor geen rolletje meer naar binnen te rollen om ons uit onze benarde situatie te redden.

Nee, het is duidelijk, zolang je WC-papier hebt, overleef je de dodelijkste crisis.

Veel sterkte iedereen. Ik wens iedereen een proper gat toe !

Bibliotheek

Ik begin stilaan te vermoeden dat er hierboven een kracht is die doelbewust blogmateriaal op mijn pad stuurt. Vandaag in de vorm van een man met een hondje.

Ik was snel even binnen gelopen in de bibliotheek om een boek te reserveren dat in het archief werd bewaard. De medewerker aan de onthaalbalie was zo vriendelijk dat voor mij te doen, hoewel ik het ook zelf online kon. Terwijl ik stond te wachten hoorde ik de vrouwelijke baliemedewerkster naast hem, op beleefde en verontschuldigende toon een man achter mij toespreken ‘dat er helaas geen honden binnen mochten in de bib’.

‘Ook niet gewoon om mijn boek hier af te geven?’ riep hij duidelijk verontwaardigd over al dat onrecht dat hem werd aangedaan.
Tja, niet binnen is niet binnen meneer….’ Veel ruimte voor interpretatie, zag ik eerlijk gezegd ook niet.
‘Oei dan hebben we toch een probleem!’ repliceerde hij in koninklijk meervoud.
‘Het spijt me, maar dat is het reglement meneer’
zei de dame zachtjes, die het nu duidelijk wat vervelend vond dat ze alleen maar deed waarvoor ze werd betaald. Ook mijn behulpzame medewerker, was even de kluts kwijt, waardoor ik voor de zekerheid nog even de titel herhaalde van het boek dat ik wou reserveren.  
‘Tja, dat reglement altijd hé! Dan zal ik toch eens met de manager moeten spreken hier. Ja dat moet ik dan toch eens dringend doen.’ sprak hij schijnbaar alleen zichzelf toe maar luid genoeg zodat iedereen het hoorde.

Ik begon stilaan nieuwsgierig te worden met welke gewichtige edelman we te maken hadden. Maar het hele tafereel speelde zich achter mijn rug af en ik durfde me niet om te draaien. Dus stuurde die hogere kracht de man nu wat dichter in mijn buurt, zodat ik de blog wat gedetailleerder zou kunnen uitwerken.

Ik kon zien dat hij ondertussen toch mooi zijn boek in de boekenschuif had ingediend. Om te tonen dat het hem menens was en dat hij het reglement vierkant aan zijn lederen schoenen lapte, kwam hij nu nog verder in de inkomhal tot vlak bij de dame die zo veel lef had gehad hem op het reglement te wijzen.  Zijn hond stond geduldig wat in de lucht te snuffelen en had duidelijk nog grootsere verwachtingen van deze wandeling dan deze geur van muffe boeken.

De onthaaldame schakelde een versnelling hoger en deed nu haar uiterste best de man wat te kalmeren. Ze paste de techniek toe die ook bij opstandige pubers wordt aangeraden : duidelijk kaderen ‘waarom het reglement er was’. Ik hoorde haar een voorval citeren uit het verleden waarbij een meisje uit panische schrik voor een hond, die haar wat te wild had benaderd, schreeuwend naar buiten was gelopen en zonder te kijken over de straat was gelopen…

De medewerkster hoopte, samen met mij en mijn ijverige medewerker die niet meer opkeek van zijn scherm, dat de man nu toch stilaan wel zou begrijpen dat niemand het persoonlijk op hem of zijn hond hadden gemunt.

Tevergeefs… Hij gaf niet op en begon nu zelfs een tirade over reglementen en waarvoor die dienden en over systemen van goed management… De dame zat wat ongemakkelijk op haar stoel te draaien, wist niet goed wat ze moest aanvangen met al die goede raad en keek me vluchtig en wat onzeker aan. Ik wou haar wat versterking geven, maar kon niets beters verzinnen dan een laffe maar toch zeer duidelijke draaiing met allebei mijn ogen. De man merkte dat ze naar iemand anders had durven kijken terwijl hij haar toesprak en keek me wat neerbuigend aan van opzij.

Ik had hier nu liever geschreven dat ik de man met het hondje op dat moment eens goed mijn gedacht had gezegd. ‘Dat hij evengoed zijn boek had kunnen indienen in de automatische boekenschuif buiten de inkom die het bibliotheekmanagement daar had voorzien en dat ik zeer dringend een gesprek zal aanvragen aan de managers om het reglement te laten aanpassen en voortaan geen mannen meer toe te laten met grootheidswaan en puberale gezagsproblemen, omdat ik daar zo misselijk van word en ik niet kon garanderen dat ik de volgende keer van pure walging niet zou overgeven op hun dure schoenen….’

Maar zo ‘ad rem’ ben ik niet en al die goedgemikte woorden bedacht ik natuurlijk pas op de terugweg naar huis. Het is geen toeval dat ik een voorkeur heb voor het geschreven woord.

PS voor de duidelijkheid…. ik heb niets tegen hondjes

Valentijn

Tijdens het typen van een verslag, vorige week vrijdag op het werk, begon er wat ongerustheid te groeien in mijn achterhoofd. Het was 14 februari, Filip zou die avond thuis komen van een weekje buitenland. Na een autorit van 900 km zou hij vast uitkijken naar iets lekkers. Dan bedoel ik niet alleen naar mijzelf, maar ook naar een stevige maaltijd. In gedachten overliep ik thuis alle lege voorraadkasten en diepvriesvakken. Ik was er niet toe gekomen boodschappen te doen, ook al omdat mijn auto mee was naar dat buitenland. Zou ik hem nu echt, na een week ontbering en uitgerekend op Valentijn moeten verwelkomen met een pak friet en een frikandel van de frituur?

Het leek me het ideale moment die bon voor een etentje te verzilveren die ik nog had liggen. Het verbaasde me dat het nog lukte een tafel te reserveren voor die avond. Maar soit, ook al was de kans groot op wat Valentijn-kitch, toch kon ik nu met een gerust hart mijn verslag afwerken.

Van op enige afstand kon ik al zien dat het restaurant te fel verlicht was voor het intiem onderonsje dat ik in gedachten had. Binnen zat er behoorlijk wat volk, iets te veel voor die ene dame die de hele zaak alleen moest runnen. Met haar ene hand tikte ze het bedrag in op het bancontact toestel, met haar andere nam ze aperitiefglazen van het schap, en met een opgetrokken schouder hield ze een GSM geklemd tegen haar oor, waardoor ze ondertussen nog een telefoon kon beantwoorden. Wij hadden ruim de tijd wat rond te kijken. Zo te zien, hadden ze hun best gedaan de tafelschikking aan te passen voor Valentijn. Alle tafels waren tot losse éénheden uit elkaar geschoven en stonden toch wel zo’n 10 cm uit elkaar, waardoor je tenminste niet het gevoel had bij onbekenden aan te schuiven. Eén tafel alleen bij het raam lonkte, maar bleek niet voor ons voorzien, volgens de dame die nu tijd had voor ons. Het zou toch nog een zeer intiem Valentijns onderonsje worden, samen met het koppel naast ons.

We kregen nu ongeveer een half uur, ruim voldoende om een weloverwogen keuze van aperitief te maken. Voor mij een Gin Tonic, een aperitief met het meeste volume aan drank, waarmee ik zeker was toch een tijdje verder te kunnen. Eindelijk konden we toasten op onze hereniging. Na een week hadden we héél wat bij te kletsen, dus vonden we het niet erg dat we opnieuw eventjes moesten wachten.

Alleen de schlager-muziek was een beetje storend. Niet zozeer omdat het mijn genre niet was, maar vooral omdat het geluid uit de boxen niet matchte met de schlagerzangers op het TV-scherm. In een poging de muziek te negeren, liet ik mijn blik zakken en focuste me daar op een hart van papier dat met twee witte punaises zeer tijdelijk zat vastgeprikt op de wand.

Omdat ik ook niet de ganse tijd in Filip zijn ogen kon kijken, keek ik afgewisseld eens links van zijn hoofd, dat was de voordeur en rechts van zijn hoofd, het luxe-tafeltje bij het venster. In die achtergrondscène zag ik een piepjong koppel, recht uit de schoolbanken, plaats nemen aan het luxe-tafeltje. Zij droeg een veel te nauw aansluitend kleedje dat door haar rondingen maar net lang genoeg was om je in het openbaar mee te vertonen. Door het tekort aan stof, onthulde het iets te veel haar blote benen die schreeuwden naar een beetje zomerzon of bij gebrek daaraan toch op zijn minst een panty. Helemaal onderaan de naakte benen, zwarte botjes met ritsjes als versiering om het geheel af te maken.

Nog maar eens een half uurtje verder waren we bijna helemaal bijgepraat, zo veel was er nu tenslotte ook weer niet gebeurd in die week. We waren dus in de wolken toen het lange wachten werd beloond met een voorgerechtje:  een soep….  Mijn wolkje besloeg al snel een beetje grijs, de soep had naar mijn smaak een verdacht hoog Knorr- gehalte.

Het jonge koppel daarentegen genoot zichtbaar van de grote-mensen-wereld. De jongen stond nu buiten voor het raam zijn sigaretje te roken en zij zat zelfvoldaan haar ronde buik te strelen…. Ik schaamde me nu dat ik haar rondingen daarnet nog had toegeschreven aan ongezonde eetgewoontes. Het kind was zwanger !

Het hoofdmenu was in aantocht. Een trio! Op Valentijn toch wel een gedurfde keuze van de chef, ook al sloeg dit nu alleen maar op de drie kroketten in mijn bord, symboliek is belangrijk op zo’n dagen.

Ik begon me wel af te vragen wat er op het menu stond van het koppel. Ik hoorde haar met veel sérieux haar complimenten aan de chef overmaken! Te veel naar Mijn Restaurant gekeken, dacht ik nog. Maar alle puzzelstukjes vielen samen toen de chef himself, de zaal in liep recht naar de luxe-tafel. Hij leek me ook van de generatie piep… het had er alle schijn van dat ze mekaar op de speelplaats al eens waren tegen gekomen. Daarmee dat zij dat VIP tafeltje hadden gekregen natuurlijk! En dan nog die extra saus die hij hen aanbood. Hij was zich duidelijk aan het uitsloven peter te worden van die foetus.  

Ondertussen waren Filip en ik helemaal bijgekletst, dat had ik al gezegd, ik val in herhaling… maar wij ook. Het restaurant begon meer en meer aan te voelen als een wachtzaal. Als ik rond mij keek, viel het me op dat iedereen zo’n beetje zat te blinken achter uitgedronken glazen en lege borden. Alleen het zwangere koppel niet, zij zaten nu vermoedelijk namen te verzinnen. Plots stond ze op, trok gelukkig eerst nog haar jurk wat naar beneden en passeerde ons dan richting toiletten. Hopelijk brak haar water niet na zo veel culinair genot, het zou ons alleen maar meer vertraging opleveren.

Toen mijn trio kroketten bijna helemaal verteerd was, mochten we een dessert kiezen. We kozen voor de Irish koffie, omdat we geen risico durfden te lopen dat de choco nog tot mousse moest geslagen worden. Whiskey op een bedje van gin, het smaakte meer dan ik verwacht had maar het had een nefast effect op mijn verbeelding.

In de achtergrond had ik al de hele avond te veel zicht op die blote zwangere benen onder tafel. Die zouden zo meteen veel beter tot hun recht komen in die gyneacoloog-beugels. Net zoals haar lang donker haar dat een beetje vettig over haar hoofd lag. Met weinig moeite kon ik me haar zo voorstellen op de bevallingstafel, haar haren plakkerig van de inspanning bij het persen, en hoe ze dan op het laatst trots haar hoofd opzij zou draaien naar de piepvader die nu pas angstig durfde naderbij te komen en door zijn aangedampte brillenglazen een glimp probeerde op te vangen van wat het geworden was.

De Irish koffie was niet meer en het hartenkoekje lag er gebroken bij. Het leek me dringend tijd om af te rekenen. Straks werd ik nog ongewild gebombardeerd tot suikertante. We moesten hier weg. De rekening kregen we sneller dan verwacht. We verlieten brasserie de Wachtzaal en wandelden opgelucht huiswaarts…. We konden er niet omheen. We hadden waar voor ons geld gekregen: Overvloedig veel Valentijn en een overdosis schlagers die nog de hele nacht nagalmden in mijn hoofd….
mooi ’t leven is mooi.   

Kindertijd

“Mama, mijn darmen komen eruit!” schreeuwt hij paniekerig. Het is de eerste keer dat ik hem hoor huilen, mijn grote broer. Wat ik vreemd vind, vooral omdat hij toch al een leeftijd heeft met 2 cijfers. 5 jaar loopt hij mij voorop in het leven. Maar vandaag loopt hij niet, hij strompelt, bloedend de woonkamer binnen. Tot hij zich als een gewonde soldaat op de zetel laat vallen.

Ik verwijder me zo ongemerkt mogelijk van dit dramatische tafereel, een laffe deserteur op zoek naar een veilige omgeving, mijn moeder. Ik vind haar in de inkomhal, gebogen over een soort kastje waarop bij andere mensen een telefoontoestel staat. De onze staat niet, maar hangt, wrikvast en behoorlijk hoog aan de muur. Moeder staat te bladeren in een boekje met handgeschreven cijfers en letters. Eindelijk vindt ze wat ze zocht en richt ze zich op. Met haar ene hand pakt ze de hoorn van de telefoon.

Dan begint ze met de wijsvinger van haar andere hand rondjes te draaien met het nummerschijfje. Alsof ze roert in de soep om te voelen of die niet te heet is. Na elk cijfer moeten we wachten tot het schijfje teruggedraaid is op de beginpositie. Dan pas kan ze haar vinger in het gaatje steken van het volgende cijfertje. Eén van de vele, van een nummer waarvan ik hoop dat het van een dokter is. Dan stopt ze het draaien en kunnen we alleen nog wachten.

Ondertussen hoor ik mijn grote broer in de verte kermen. Het klinkt wat gedempt van onder de rokken van mijn moeder. Hij moet het nog even alleen zien te redden. Want de draad waarmee de hoorn vast hangt aan de telefoon, dwingt ons in de inkomhal te blijven staan. Toch zeker mijn moeder, maar het lijkt me verstandiger dat ook ik help wachten tot de dokter naar zijn telefoon is gewandeld.

‘Ma, snel, ik kan mijn darmen zien’, hoor ik mijn broer nu roepen. Ik ben nu helemaal zeker dat ik de juiste keuze heb gemaakt om hier te blijven. Verbaasd hoor ik mijn moeder hem zonder veel compassie toespreken…. dat hij maar niet zo onnozel had moeten doen met zijn veel-te-grote jongenslijf op dat veel te kleine-meisjes-fietsje, en dat hij dan nog zo nodig veel te snel moest rijden, en dat het nu eenmaal venijnige gevolgen kan hebben als die pedaaltjes dan als een mixer rond blijven draaien, waar zijn benen dan in verstrengeld geraken, en dat hij zich nu wat kalm moet houden, … en dat er helemaal geen darmen zitten in zijn kuit.

Verkiezingen

Ze heeft het weer gedaan, Madonna! Na alle taboes die ze al had doorbroken, van een ‘zwarte’ Jezus kussen, over extreem vrome vrouwelijke seksualiteit, tot okselhaar bij vrouwen, verpulvert ze nog maar eens een taboe! Nu hoeft niemand zich voortaan nog te schamen om vals te zingen… zelfs niet als je ervoor betaald wordt! ‘t Is toch een straffe madam, vind ik.

Geef toe dat ze toch de essentie van het Eurovisiesongfestival helemaal had begrepen: opvallen en taboes verbreken. Gelukkig dat ze niet op haar mochten stemmen, ze was zeker gewonnen! Kijk maar naar de statistieken van de winnaars: het opvallend veel te jonge meisje Sandra Kim, de drag-queen met baard van Oostenrijk, de afgrijselijke monsters van Finland en vorig jaar het corpulente stoeiende zangeresje dat alle schoonheidsidealen aan haar witte laarsjes lapte…..

Maar goed, ik had bij de opstart van deze blog beloofd mij te focussen op de vrolijke noten in het dagdagelijkse bestaan, en niet op valse noten!

En nu had ik nog iets willen schrijven over de verkiezingen….. daar word je ook niet meteen vrolijk van natuurlijk. Hoe gaan we dat oplossen? Misschien moeten we eens gaan nadenken over het scenario om Madonna te laten meedoen aan de verkiezingen in ons land! Het was misschien de enige geweest die nog een tegenwicht had kunnen bieden aan de zwarte golf! Het zou tenminste een anti-stem geweest zijn in de juiste richting, die nog iets had kunnen uithalen.

Het enige waarvoor ik had willen stemmen, was ‘minder’ regeringen en ‘minder’ ministersposten. Maar geen partij die dat soort zelf-vernietigende beloftes op zijn programma heeft natuurlijk. En als die partij al zou bestaan, dan is ze ten dode opgeschreven. Want compleet in lijn met de evolutietheorie van Charles Darwin, overleven alleen die politici die hun eigen ras versterken.

De complexiteit aan regeringen, parlementen, gewesten,…. vertaalt zich onvermijdelijk in een kluwen aan wetgeving, reglementeringen, verlofstelsels, subsidies,… waar alle Belgen in verstikt geraken. Zelfs een kat zou er haar jongen niet meer in terug vinden. Volgens mij zit daar het grote gat in de begroting. Wie wil dat a.u.b. eens uitrekenen hoeveel we zouden besparen aan administratie, personeelskosten, websites, communicatie, folders …. mocht er gewoon één regering zijn? Om nog te zwijgen van de kosten voor psychische bijstand en uitval door burn-outs van mensen die dagelijks in die paperassen-poel verzuipen….?

Ja, echt, ik stel voor dat Madonna snel asiel aanvraagt in haar land (’t is het moment, ze zal het zeker krijgen na haar felbekritiseerde optreden), en als ze dan de nodige procedures doorlopen heeft voor het verwerven van die dubbele nationaliteit, dan kan ze zich de volgende keer gewoon kandidaat stellen! En eens ze verkozen is -waar niemand aan twijfelt uiteraard, kijk maar naar Trump- wordt ze de eerste vrouwelijke minister-president! Ze voldoet perfect aan het profiel, want ze is ook katholiek en toch al gewoon aan een riant loon.

We zouden geschiedenis schrijven en elke wereldburger zou ineens weten waar België ligt!

De laatste dag

Onze vertrekplaats was Cognac, dat is ook de plaats waar we onze boot terug moeten afgeven. Bij de start hadden we geen tijd genomen om de stad te bezoeken, omdat we popelden om aan ons vaar-avontuur te beginnen.

Maar vandaag is er tijd en goesting voor de verkenning van de stad. Zelfs Mattis, die normaal niet zo tuk is op die oude vervallen Franse huizen, weet deze prachtige oude middeleeuws stadskern toch te appreciëren.

De finissage van onze bootexcursie willen we vieren met een etentje. Heel toevallig ontdekken we langs de kaai de ideale locatie hiervoor: een restaurant dat is ingericht als een supergezellig Italiaans pleintje. Het is een perfecte imitatie met, zoals op een echte filmset, alle requisieten, inclusief (opgezette) duiven, wasdraden met was die hangt te drogen aan de gevels en in het midden van het plein een waterput, mét muntjes erin ! Het is alsof we aangemeerd zijn aan de Italiaanse kust. Gelukkig spreekt de ober wel goed Frans, want ons Italiaans is niet zo goed….

Tijdens de copieuze Italiaanse maaltijd evalueren we de afgelopen week. Ik kan wel meteen de conclusie verklappen, dat we het allemaal een zeer geslaagde vakantie vonden. Zelfs de factoren die we niet zelf in de hand hadden, vielen in ons voordeel uit, zoals het prachtige weer bijvoorbeeld. We hoorden van enkele bewoners die we onderweg spraken, dat het hier vorige week de ganse week regende! Zoals echte zeelui, zijn we de natuurgoden zeer dankbaar.

Dan was er nog de lieflijke Charente-streek, met zijn vele kastelen, groene velden en sprookjesachtige bossen, die ons echt heeft weten te bekoren. Hoewel we hier een beetje lukraak waren terecht gekomen, omdat hier zo’n boot vrij was die gepast was voor ons gezelschap. En de boot zelf! Ja we hadden misschien wel chiquere boten gespot, maar geen boten zoals de onze waar je zoveel buitenruimte had, op de neus vooraan, op het achterdek en zelfs op het dak van de living, we hadden elk ons een eigen zonnedek.

Ook de blog schrijven was een heel inspirerende ervaring! En het voordeel is, als er nu mensen vragen hoe het is geweest, kan ik gewoon het linkje sturen van de blog. Al heb ik er soms wel mijn slaap voor gelaten, de verwoordingen en zinsconstructies bleven ‘s nachts maar door mijn hoofd spoken. Nu begrijp ik dat veel schrijvers eenzaten of nachtdieren zijn.

Zijn er dan echt geen minpunten ? Ja natuurlijk, zo was onze eigen voorbereiding voor verbetering vatbaar, simpelweg omdat we niet wisten wat ons te wachten stond. Nu weten we beter…. volgende keer nemen we zeker petanqueballen mee, dat is minder lastig (voor Filip) dan voetballen en het risico dat de ballen het water in rollen iets kleiner.

En verder gaan we nog op zoek naar één van die ouderwetse petjes met zo’n plastiek zonneklepje boven de ogen, voor de kapitein een must, en zonnecrème, en ja, niet te vergeten, beter visaas natuurlijk!

Ik hoop nu wel dat ik niet te veel mensen zin heb doen krijgen om volgend jaar ook een bootvakantie te boeken, anders komt mogelijks de kalmte en rust op de rivier in het gedrang, één van de aspecten die we nu net zo leuk vonden.

Et voilá, ik zal het hierbij laten, maar niet zonder jullie bijzonder hartelijk te bedanken voor de vele leuke commentaren en reacties.

Dag 6 De Jet-Set

We liggen aangemeerd in Jarnac. Een stadje waarvan ik grote verwachtingen had, door de beschrijving in onze vaargids. Na alle rust en verlatenheid op het water, kijk ik al eens uit naar gezellige terrasjes, leuke winkeltjes,….

Bij het naderen van Jarnac zien we van ver al massa’s witte boten liggen. Het doet me denken aan zo’n pronkerige haventjes waar de jachten van de jet-set geëtaleerd liggen…. We beslissen al maar meteen aan te meren op een nog rustig plaatsje een beetje vóór het stadje. Officieel omdat we vrezen dat er geen plaats meer zal zijn in het centrum zelf, maar ook wel omdat we wat schroom voelen om ons met onze huurboot, als amateurs tussen de pro’s te moeten gaan leggen.

Direct na het aanmeren, wandelen we langs de kaai richting stadje en loeren stiekem binnen in de chique witte boten, …. nu pas valt het ons op dat ze allemaal hetzelfde logo dragen en dat dit eigenlijk gewoon de aanlegplaats is van een andere groot bootverhuurbedrijf ‘le boat’! Ook onze Oostendse vaarvrienden waren van hieruit vertrokken, viel het ons nu te binnen. Bij het verder wandelen, meer naar het centrum toe, als we de vloot van ‘le boat’ gepasseerd zijn, blijken nauwelijks nog boten te liggen. Ook het centrum zelf beantwoordt niet helemaal aan onze verwachtingen, slechts na intensief zoeken, vinden we een zonnig terras. De handgeschreven menukaart valt onze hongerige zielen meteen op. We overwegen ons eens te laten verwennen met een lekker menuutje. Maar ook die verwachting moeten we snel opbergen, als de -duidelijk gestresseerde- dame achter de toog, aangeeft dat ze ‘complète’ zijn. Ja we mogen wel iets drinken buiten, zolang we het maar zelf aan de toog komen bestellen.

Jarnac, las ik ook in de vaargids, is de geboortestad van François Mitterand. Niet dat het ons erg interesseert, maar we zien inderdaad pijltjes naar zijn geboortehuis en zelfs een museum. Het enige wat ik weet over deze voormalige President van Frankrijk, was dat hij zoals het een echte man aan de macht betaamd, vele minnaressen en en zelfs buitenechtelijke kinderen had. Hij blokte ooit insinuaties hierover, van journalisten af met de laconieke uitspraak ‘Et alors?’ … En dan? Yves Letherme, Bill Clinton en koning Albert hadden beter moeten weten …

Na onze magere vangst in het mondaine stadscentrum keren we terug naar ons stekje en ik beslis als compensatie pannekoeken te bakken voor de uitgehongerde crew. We naderen het einde van een expeditie, de vermoeidheid begint toe te slaan, ze kunnen wat zoetigheid als versterking gebruiken. Je wil ten slotte niet dat ze door ontbering fouten gaan maken, op een boot kan dat zware gevolgen hebben ….

Ik had het daardoor niet zien aankomen, omdat ik net het eerste deeg in de pan had gegoten, toen ik een luide plons hoorde en direct erna een schaterlach van Simon. Ik ben te benieuwd wat Filip nu weer heeft uitgestoken, en beslis dat één aangebrande pannenkoek, minder erg is dan het vermoedelijke spektakel te moeten missen dat ik verwachtte. Tot mijn verbazing zie ik Mattis met natte kleren uit het koude sop terug aan boort klauteren…. Ik heb niet de tijd om me zorgen te maken, want hij spuwt onmiddellijk het laatste beetje rivierwater uit zijn mond en roept direct duidelijk opgelucht dat zijn Gsm gelukkig niet in zijn broekzak zat, maar binnen lag! Ik dus ook opgelucht – niet om zijn Gsm uiteraard- maar als dat het eerste is wat bij hem op komt, zal het wel zo erg niet zijn, dacht ik zo… Voor alle duidelijkheid, ik ben wel niet het prototype van een overbezorgde moederkloek, maar Mattis stond, op het moment van de misstap, niet boven op het dek, maar op het uitstekende boordje achteraan de boot, op het niveau van het water, dat is gemaakt om in de zomer gemakkelijk in het water te kunnen springen… (voor jullie mij aanklagen wegens nalatigheid….)

Gelukkig is het een zeer zonnige dag en kunnen zijn kleren, en Mattis zelf, gewoon liggen drogen in de zon op het dek. Simon voelt de bui al hangen en doet alsnog een poging zelf ook de blog van vandaag te halen door ook in het koude water te springen, weliswaar na het aantrekken van zijn zwembroek en een warme badhanddoek klaar te leggen. Op zijn verzoek werd alles gefilmd, kwestie dat er bij twijfel toch bewijsmateriaal zou zijn….

Lees vervolg : De laatste dag

Dag 4+5 Leven met beperkingen

In tegenstelling tot de hectiek van de vorige dagen, verlopen deze dagen bijzonder rustig, zo rustig dat ik mij een beetje zorgen begin te maken…. wat ga ik in de blog schrijven? Geen technische problemen, nachtelijke avonturen of vreemde ontmoetingen. De jongens beginnen ook al mee te denken, ‘mama, dat is wel leuk om over te schrijven, hé’… Maar ja, een dode bever of muskusrat die voorbijdrijft, toegegeven wel een zeer grote, maar toch niet groot genoeg om een blog te vullen…

Maar aan de andere kant, we komen nu wel helemaal tot rust en genieten. We varen zeer traag, dat heeft veel voordelen, de motor maakt minder lawaai, we horen de vogels fluiten, krassen en kraaien…. Bovendien is de deining van het water veel minder heftig, als je je zachtjes laat voortdrijven, waardoor we ons minder een stoorzender voelen in deze prachtige natuur.

Van op het dek genieten we van de traagheid waarmee het landschap aan ons voorbij glijdt, de kleine dorpjes langs de rivier onthullen zich langzaam vanachter een heuvel of bos….

Gefascineerd zitten we te staren, wanneer één van de vele statige kastelen hier in de streek, oprijzen van achter een bocht…. op zo’n momenten moeten we elkaar er vaak aan herinneren het roer in het oog te houden, om niet helemaal uit de bocht te gaan. Wat een verschil met de landschappen die voorbij flitsen als je op de autostrade door het land klieft!

Toegegeven, ik mag niet over-romantiseren, naast het genieten, is deze vakantie toch ook wel een grote uitdaging op veel vlakken… We leren leven met beperkingen. Beperkte watervoorraad, dat betekent geen lange douches, maar korte kattenwasjes en al eens plassen in de vrije natuur om spoelwater uit te sparen. Beperkte ruimte, althans in de boot, waardoor we wel eens op elkaars lip zitten en blij zijn aan te meren. Beperkte elektriciteit, de 2 stopcontacten werken enkel als we het geluk hebben te kunnen aankoppelen aan het elektriciteitsnet. Maar ook en vooral beperkte WiFi ! Dat blijkt vooral voor de kids, het grootste struikelblok te zijn ! Het is erg om dit te zeggen, (en ik weet dat ze ook meelezen) maar het zijn echte ‘Wifi-slaafjes’….. Leven zonder WiFi is voor hen ondenkbaar! Af en toe moeten we dus rekening houden met wat ontwenningsverschijnselen… in de vorm van extreme humeurigheid, misselijkheid bij te veel fysieke inspanning, lusteloosheid, overdreven vermoeidheid, emotionele schommelingen, ….

Ik heb een ganse batterij afleiding mee, om op stille momenten de WiFi-hunker te compenseren….. strips, gezelschapsspellen, CD’s met luisterverhalen, een voetbal, zelfs simpele kleurpotloden, ….. Maar Simon vindt zijn plezier vooral in vissen (nog zonder succes) en het (proberen) proper houden van het witte dek. Met een emmer aan een touw, water scheppen uit de rivier en onze moddervoetstappen wegspoelen en schrobben. Één keer was ook de emmer zelf weggespoeld, maar na een achtervolging met de boot, konden we die gelukkig terug opvissen voor hij gezonken was!

Ook opgelegde huishoudelijke taken zorgen voor de broodnodige afleiding. Zo is er geen zo’n kast waarin je de vuile vaat steekt en er dan na anderhalf uur weer proper uit kan halen…. De afwas, een nieuw concept voor de jongens.

En voetballen is ondertussen een klassieker, als we zijn aangemeerd en er gras in de buurt is, wat meestal het geval is. Al is dit niet altijd een ideale bezigheid zo vlak bij een rivier, hebben we ondervonden. Dag 2 was hij al de rivier ingerold, we zagen hem wel drijven maar Filip zijn vaar-vaardigheden waren toen nog niet wat ze nu zijn en dus moesten we de bal achter laten….

Ondertussen zijn we van koers gewijzigd en varen we nu landinwaarts. We ondervinden een duidelijke verschil om stroomopwaarts te varen. Maar Filip is heel behendig geworden in het besturen en manoeuvreren van de boot. Dat heeft zo zijn voordelen, zo moeten we geen gêne meer voelen om aan te meren als er mensen in de buurt zijn, zoals in een stadje wel eens het geval kan zijn. Dat scheelt ook weer een pak stress.

Bij het terugvaren, herkennen we alle plaatsjes waar we eerder zijn aangemeerd. Het is namiddag, we besturen de boot van op het zonnige dek en drinken daarbij een koffietje (het moet niet altijd rosé zijn (en deze was op trouwens)). Ondertussen spotten we bevers (nu ook levende), roofvogels, kleine fluoblauwe vogeltjes die over het water scheren, schildpadden (!), zelfs ooievaars, en bij God, daar nog iets raars, een dier met een witte kop en groene strepen !? Het is onze verloren gewaande voetbal!

Zonder aarzelen maakt de kapitein van dienst (gelukkig Filip op dat moment), een uithaal naar de kant van de drijvende bal. Iedereen schiet onmiddellijk in actie, de jongens grijpen een stok en ik grits naar de emmer met touw. Met de stok geeft Mattis mij de perfecte voorzet, zodat ik nog enkel de emmer naast de bal in het water moet gooien, en onder algemeen gejubel omhoog kan trekken op het dek!

In de euforie van het moment, hadden we de naderende veel te laaghangende takken niet opgemerkt, waardoor we plots bijna moeten gaan liggen op het dek om niet onthoofd te worden….. de takken schuren over het dak van de boot.

Het is te laat, we zien het aankomen maar kunnen niet meer ingrijpen en zien koffietafel, koffietassen en koffiekan omvergesleurd worden, ….

Gelukkig blijft alles binnenboords, door de reling tegengehouden en als bij wonder zijn er geen scherven,verwondingen of breuken, …. alleen vieze bruine koffiesmurrie overal op de witte tafel, op de witte stoelen en op het witte dek ….

Simon ziet het met lede ogen aan…. zijn witte dek ! Maar het voordeel is, hij heeft meteen weer een dagvullende bezigheid, eerst het dek een spoeling geven en bij de eerste aanmeerplek kunnen ze weer gaan sjotten.

Lees vervolg : Dag 6 De Jet-Set

Dag 3 Internationaal gezelschap

Als beginners werden we bij de start aangewezen, te varen richting zee. In die richting zijn er namelijk maar 2 sluizen (in de andere richting 18!). Dat advies hebben we gelukkig opgevolgd. De ene sluis was een makkie gisteren, de andere staat later vandaag op het programma. Maar we maken ons geen zorgen, de tweede sluis is volautomatisch. Naar men zegt moet je alleen op een knopje duwen…Met een gerust gemoed zetten we onze koers verder.

Bij vertrek moesten we op een document de gegevens invullen van de mensen die de boot zouden gaan besturen. Daarop vermeldden we uiteraard de jongens niet, gezien hun leeftijd, Mattis 13 en Simon 11! Maar onder ons was het min of meer al een uitgemaakte zaak vooraf dat ook zij wel eens het roer mochten overnemen. Mattis is als eerste aan de beurt. Op een mooi recht stuk installeert hij zich achter het roer. Wij er vlakbij uiteraard ! Als een volleerd kapitein bestuurt hij moeiteloos de boot. In tegenstelling tot veel andere bezigheden, wordt hij het bovendien ook niet snel beu. Wij hadden hem gewaarschuwd: ‘opgelet, de boot reageert traag, heb geduld en niet overdreven gaan draaien aan het roer’ Maar hij voelt alles perfect aan, onze Yoko glijdt moeiteloos door de Charente, en niet in slalom, zoals we hadden gevreesd. Mattis heeft een simpele verklaring voor zijn talent, het is gewoon vergelijkbaar met een online gamen als de WiFi niet goed werkt! Dan reageren de personages blijkbaar ook met enige vertraging ! We zijn blij dat het gamen dan toch nog wat real-life talenten kan opleveren!

We komen aan bij de volautomatische sluis. Terwijl Filip en zijn 2 matrozen de boot vastleggen aan de wachtsteiger er net voor, ga ik aan land, op onderzoek naar de juiste knop. Er hangt een bord met een uitleg in 3 talen: Frans, Engels en Duits. Als ik er nu over nadenk, leek dit een voorbode van wat komt. Ik probeer in alle talen, uit te vlooien op welke knop ik moet duwen… De man van de bootverhuur had gezegd dat er maar 2 knoppen waren, maar ik zie 2 groene met daartussen een zwarte schakelaar, een zwarte knop en een rode knop! Ik veronderstel dat we het beter bij één van die groene houden. Maar op de groene kan je blijkbaar niet duwen. Ik probeer de zwarte schakelaar ertussen naar links te draaien, de richting voor als je stroomafwaarts vaart, vermoed ik. Maar er gebeurt niets… Gelukkig is er plots hulp, als uit het niets is er een andere boot aangekomen. Het blijken mensen van Oostende te zijn! Ik ben er zeker van dat hun zeemansroots hen in het bloed zal zitten en dat die hier wel van pas zal komen. De Oostendenaar komt mij, samen met zijn dochter vervoegen, hij leest ook de borden en probeert hetzelfde als ik, met zelfde resultaat. Maar zowaar, is er plots weer hulp uit het niets, deze keer in de vorm van een ouder koppel, dat aan het wandelen is met hun 2 honden. Het blijken uitgeweken Britten te zijn. Ze wonen daar een beetje verderop, vertellen ze, en ze vragen of we hulp nodig hebben! Oef, die moeten toch zeker wel weten hoe die sluis werkt!

Helaas, ook hun versterking, blijkt niet genoeg… Ondertussen heeft Filip -die vindt dat ik nogal lang weg blijf om op een knop te duwen- ook het schip verlaten en is de equipe komen versterken. Niemand begrijpt wat er aan de hand is. Eén van ons denkt dat we op de zwarte Reset knop moeten duwen… Maar ook dat verandert niets aan de situatie. Het begint te lijken op een opdracht in de mol…. de sluis ligt onbewogen als een stil enigma te wachten op de juiste code…

En dan is er nog die rode knop. Die is als enige is afgedekt met een plastiek luikje, omdat die echt dient voor noodsituaties…. noodsituaties ‘zoals deze’ besluit iemand van ons gezelschap, ik weet niet meer wie het was, maar gesterkt door de ganse ploeg, durfde het iemand aan, het plastiekje op te heffen en te duwen ! Het was nu officieel, we zaten in een ‘noodsituatie’!

In Griekse tragedies, daalt er in noodsituatie een ‘deus-ex-machina’ uit de hemel, en dus zo geschiedde… Al was het niet uit de hemel… Zonder dat iemand het had opgemerkt, was er nog een derde boot aangemeerd…. Alsof ons gezelschap nog niet internationaal genoeg was, waren het deze keer 2 Duitsers … een Duits koppel meerbepaald, maar de Duitse dame was duidelijk de baas. Ze komt gezwind op ons groepje afgestevend. In tegenstelling tot de rest van onze ploeg, heeft ze blijkbaar haast. Ze is bijzonder geërgerd over onze onkunde en verwijt ons dat we vooraf onze vaargids hadden moeten lezen…. We proberen ons in alle talen te verweren dat we alles hebben geprobeerd, maar ze is onverbiddelijk en toont geen greintje begrip.

De Britten druipen af, excuseren zich dat ze ons niet hebben kunnen helpen, en wij met onze nieuwe Oostendse vaarvrienden besluiten dat het tijd is om te aperitieven. Van op een afstandje, met een Rosé in de hand, zien we de Duitse dame bellen naar het noodnummer op het bord (ja dat was er ook nog)….

Na een half uurtje heeft – in de Vlaamse versie van dit verhaal- de reset knop zijn werk gedaan en gaat de sluis open… We zijn het er met de Oostendenaars zonder overleg onmiddellijk over eens dat we de Duitse dame eerst laten voorgaan, gezien zij -volgens de Duitse versie van het verhaal – de situatie had opgelost. Hoewel er 2 boten tegelijk in de sluis kunnen, laten we haar alleen gaan. We willen het risico niet nemen haar verder op te houden, met ons geklungel.

Terwijl ze langs ons vaart naar de sluis, bemerkt Filip terloops het kleine vlaggetje op, dat aan haar boot wappert…. met zowaar een heks op !

Nog meer overtuigd dat we de juiste beslissing namen, zwaaien we haar mogelijks een beetje te enthousiast uit, in de hoop niet meer in haar vaarwater te komen.

Lees vervolg : Dag 4+5 Leven met beperkingen