Spinnen zal ik oppakken en buiten zetten, een drijvende vlinder wil ik redden, een wesp probeer ik met veel geduld te verdrijven, maar muggen… die mep ik dood. Ik heb absoluut geen compassie met muggenzieltjes. Ze mogen van mijn part zo snel mogelijk naar het hiernamaals verhuizen om daar te reïncarneren in een wezen dat tenminste iets van nut heeft in deze wereld. Want zeg nu eerlijk, wat is het doel van een muggenleven? Ze bezorgen iedereen slapeloze nachten en hun irritante aanwezigheid is vooral commercieel interessant is voor de makers van bedenkelijke muggensprays en schadelijke verdelgingsmiddelen. Nee, met muggen heb ik geen zier medelijden. Zonder gewetenswroeging sla ik ze plat en aanschouw ik daarna met leedvermaak de 2D versies van mijn belagers.
Al klinkt dat plat slaan eenvoudiger dan het is. Want ja, die beesten zijn ook niet van gisteren natuurlijk. Uit zelfbescherming -en omdat ze zelf ook wel weten hoe onuitstaanbaar ze zijn- hebben ze zichzelf een overlevingsstrategie aangeleerd: heel snel en onregelmatig op en neer en heen en weer bewegen zodat je ze enkel mits een opperste vorm van concentratie kan vangen. Vooral die mini-muggen met wie wij hier in Frankrijk ons terras moeten delen in de zomer, zijn daar specialisten in. In tegenstelling tot gewone muggen hebben ze geen vloeiende vlieglinie. Met hun prutserige vleugeltjes bewegen ze zo grillig en onvoorspelbaar dat je het eigenlijk nauwelijks ‘vliegen’ kan noemen. Maar hoe miniem ze ook zijn, ze spelen het klaar dat een volwassen mens bij 34°C zijn topje en shortje vrijwillig inwisselt voor een lange broek mét kousen en godbetert, je zou zelfs handschoenen overwegen. Het zijn de grootste sadisten die er bestaan, muggen. Moest je op ze inzoomen zou je het zien, elke keer ze een stukje ontblote huid hebben geprikt, die uitdagende grijns op hun muggensmoel.
Het eerste jaar dat we hier in Frankrijk waren, was de hel. Na twee dagen had ik al zin om terug naar huis te vertrekken. Zo veel last had ik nog nooit gehad. Filip leek immuun, hem lieten ze gerust. Alleen ik was het doelwit van de horden mini-muggen. ‘Zo erg is dat nu toch niet,’ zei hij als ik erover kloeg. Nee, 1 muggenbeet is niet erg en 2 en 3 ook niet… maar als je benen, je knieholte, je billen, je schouders, je bovenarmen, je voorhoofd, je hals vol staan met bobbels, dan weet je niet waar gekropen van de jeuk. ‘Denk er gewoon niet aan, pas je meditatietechnieken toe op de muggenbeet,’ was zijn advies. Maar ik was duidelijk nog niet klaar om zen-master te worden. Want ik mocht mediteren tot ik ervan begon te zweven, mijn muggenbeten bleven jeuken.
En dus verdiepte ik mij in de muggenwetenschappen op internet in de hoop een oplossing te vinden. Helaas leek niets te kloppen. Waarom muggen enkel ‘s avonds bijten? las ik ergens. Die beestjes hier hadden blijkbaar een ander werkregime, want in deze streek beten ze de hele dag rond. Waarom muggen niet in je gezicht prikken? Ha, wat een nonsens, ik zag er op een bepaald moment uit als een overjaarse puber met rode bobbels op neus en voorhoofd. Het was geen zicht. In de superette hier in het dorp waar ik tomaten ging kopen, konden ze er ook niet naast kijken. De winkelmadam raadde me basilicum aan, niet voor op de tomaten, maar tegen de muggen. Was dat het ultieme geheim van de locals hier om er geen last van te hebben? Ze kwam van achter haar toonbank en toonde mij hoe je je handpalmen tegen een basilicumplantje moest houden -dat ze daar toevallig ook verkocht- en dan over je armen en benen moest wrijven. Na dat inwijdingsritueel in de plaatselijke community huppelde ik dankbaar naar huis met een basilicumplantje in mijn mand. Thuis hield ik om de haverklap mijn hand boven het plantje, zoals een priester boven een kinderhoofdje en dan wreef ik het basilicumaroma over mijn ledematen. Ik verhuisde het potje overal mee naartoe, naast me aan tafel bij het eten, op mijn schoot als ik zat te lezen, ik ging er zelfs mee slapen. Het hielp wel, had ik de indruk, elke keer voor eventjes, maar echt handig was zo’n plant meezeulen overal nu ook weer niet.
Ik bleef dus alles uitproberen. Zalven met en zonder Deet, antimuggenmelk en -sprays, citronella-kaarsen en armbandjes, lampen en stekkers met supersonisch geluid en zelfs een ventilator om ze weg te blazen. Helaas, niets leek echt te helpen. Zo zagen we een mug die doodleuk voor de ventilator vloog zonder ook maar één millimeter achteruit te gaan en toen Filip wees naar een mug die zat uit te rusten op mijn basilicumplantje, werd ik echt wanhopig. Toen we die avond op het terras zaten te eten, zoals gewoonlijk van onder tot boven ingespoten met citronella waardoor zelfs onze spaghetti er naar smaakte, had ik er echt genoeg van. Het was tijd voor de grove middelen. Via Amazon kocht ik muskietengaas, stukken van 6 op 10 meter, die ze in de landbouw gebruiken. Drie stuks, samen met een paar rollen stevige velcro-tape. Toen de bestelling werd geleverd wikkelden we het hele terras in. Het leek wel een kunstwerk van Christo. Maar het werkte. Eindelijk kon mijn vakantie beginnen en kon ik op mijn gemak buiten vertoeven, aperitieven, liggen lezen en als ik naast mij keek, zag ik de muggen zitten op de achterkant van het gaas. Haha! Nu was het mijn beurt om te grijnzen.
Maar dat was 3 jaar geleden. Ondertussen is er aan heel die lijdensweg gelukkig een eind gekomen. Het muskietennet hebben we niet meer nodig. Ik weet niet echt hoe dat komt. Zijn er gewoon minder muggen of ben ik er zelf aan gewend geraakt? Of misschien is het omgekeerd. Misschien zijn de beestjes wel aan mij gewend. Want naar het schijnt zijn muggen vooral verzot op vers bloed. Na al die tijd beschouwen ze mij waarschijnlijk niet meer als een exotische delicatesse maar als saaie dagelijkse kost. Misschien was het in dat opzicht ook een goeie tactiek om af en toe eens wat vers vriendenbloed uit te nodigen om hen te plezieren (de muggen). En als ze er last van hadden (de vrienden), dan had ik mijn adviezen klaar als ervaringsdeskundige: trek het je zo niet aan, probeer je op iets anders te focussen en voor wie maar bleef klagen, kon ik de truc met het basilicumplantje verklappen. Zo bleef ik al die tijd buiten schot. Het risico is nu wel dat die tactiek vanaf nu niet meer zo goed zal werken, nadat ze deze blog hebben gelezen (de vrienden). Ik hoop dat ze mij het vergeven. Ik kan het ook niet helpen, het is een overlevingsstrategie en het gevolg van dat muggensadisme, dat is ongetwijfeld ook besmettelijk.
Ontdek meer van Vleermuys
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Wat zo’n gevleugeld wezen al niet te weeg kan brengen en ja niet iedereen is allergisch voor die krengen. het ergste vind ik, dat je niet kunt weten of die beestjes ook virussen bij zich dragen.
LikeGeliked door 1 persoon
Grappig, ontroerend, meeslepend… Je zou zo een bloedtransfusie in overweging nemen!
LikeGeliked door 1 persoon
Awel merci:) Maar die lange broek met kousen heb ik wel aangehouden:) En gelukkig waren er dan geen motten!
LikeGeliked door 1 persoon
Geen muggeziften maar een prachtig relais. Je verhaal is een super olifant over een mug.
LikeGeliked door 1 persoon